donderdag 21 januari 2010

Armenzorg 2: Maria Rozeboom

De achtjarige Maria Rozeboom woonde in het armenhuis in Bellingwolde. Ze was daar zonder ouders of andere familie. Maria was een buitenechtelijk kind. Ze was nooit erkend door haar vader. Haar moeder, Klazien Rozeboom, was inmiddels getrouwd met Johan Conraad de Beer. Zij werkte in Beerta bij de landbouwer Rotgert Joling. Omdat Maria in Beerta geboren was, bracht het armbestuur die gemeente op de hoogte van haar verblijf in het armenhuis. Zij moesten voor Maria gaan betalen. Een korte zoektocht op Alle Groningers toont dat Maria twee halfbroers en een halfzusje had toen ze in het armenhuis terecht kwam. Werd ze teveel voor Johan Conraad en Klazien? Was het tijdelijk? En waarom dan naar Bellingwolde? Wie zal het zeggen. Maria trouwde jaren later met Benjamin Lameijer uit Beerta. Wellicht is ze toch weer naar huis gekomen. Wordt vervolgd.

2 opmerkingen:

Harry Perton zei

Dit soort kwesties over de 'domicilie van onderstand' zijn er legio tussen gemeenten. En als die er onderling niet uitkwamen, wat menigmaal gebeurde, dan moest het college van GS de knoop doorhakken. Ook in het provinciaal archief kan je dus het een en ander over zulke kwesties vinden.

Joling is overigens een boerengeslacht dat in de achttiende eeuw nog in Midwolda woont.

Cultuurhistorisch Centrum Oldambt zei

Bedankt voor deze aanvulling. Er is niet veel overgebleven van het archief van het Burgerlijk Armbestuur in Bellingwolde. Daarop zou het provinciaal archief een mooie aanvulling kunnen zijn.
Mijn ervaring is wel dat er behoorlijk veel is vernietigd uit de correspondentie van de provincie. Een paar jaar geleden heb ik onderzoek gedaan naar een geschil tussen de gemeenten Onstwedde en Nieuwe Pekela. Van die zaak was in het provinciaal archief niets overgebleven.

Marianne