donderdag 4 december 2014

Nieuwe website

In de afgelopen maanden heb ik hard gewerkt aan een nieuwe website. Nog niet alles is klaar, maar het begint er op te lijken. Mede daarom is het hier wat stil geweest de afgelopen tijd. De nieuwe site heeft een geintegreerd blog. Alle informatie op één plek, dat is toch duidelijker. Dit zal dus één van de laatste berichten zijn op dit weblog. Ik kijk er naar uit!

woensdag 5 november 2014

Criminele zaken.

Het boek is bij de drukker! 22 Verhalen uit de geschiedenis van het Oldambt, verdeeld over drie delen.

Het eerste deel wordt geheel gevuld met een zedenzaak. Schoolmeester Eerardus Geerts Knoop uit Scheemda werd beschuldigd van onzedelijke handelingen en het tonen van zijn libiduneusheid aan het kleine meisje Hiska Hesse. Hij ontkende in alle toonaarden en beschuldigde de rechtbank van onzorgvuldigheid, achterklap en partijdigheid. Maar het mocht niet baten: Knoop wordt verbannen en bij Bareveld over de grens met Drenthe gezet.

In het tweede deel komen de Oranjegezinden,, de patriotten en de Fransen in beeld. Ze vechten met elkaar, geven elkaar aan, slaan op de trom, plunderen huizen en betalen met vervalst geld. 1795 Alleen, het jaar dat de Fransen kwamen, had al bijna 10% van alle zaken in het Oldambt van 1750 tot net na de eeuwwisseling.

Het derde deel brengt ons in contact met het leven van alledag. De gestolen was, de ruzies, moord en bedelarij, de ontevredenheid, een dievegge op de vlucht over de Dollard. Noem het maar op. Bijzondere verhalen die een heel persoonlijk licht werpen op de periode. Zoals Paul Brood afgelopen vrijdag tijdens zijn lezing zei: je kunt de mensen en de tijd niet beter leren kennen dan in de gerechtelijke archieven.

Het boek verschijnt op 22 november en wordt dan gepresenteerd in de kerk van Wedde om 10:00 uur 's morgens. Iedereen is uitgenodigd.

woensdag 24 september 2014

Langs het voetspoor (fotoverslag)


Aankondiging buiten de Tramwerkplaats

Nog even vooroverleg, vertonen we de hele film na de prestentatie?

Sievert Bodde, de geestelijk vader van het project
Cees Stolk, de maker van de film vertelt over bloopers
 en leest een verhaal voor

 
Marianne Kruijswijk biedt de DVD aan aan dhr. Waalkens,
kleinzoon van twee oprichters van de tram.



Volle zaal, meer dan 140 mensen

De film

Gezellige drukte bij de verkoop.

woensdag 13 augustus 2014

Reizen met Crebas: de monumentendaglezing

Hendricus Albertus Crebas heette hij. Een leerling van het gymnasium uit Winschoten, oorspronkelijk afkomstig uit de Nieuwe Schans. Zoon van een arts, die jong overleed en opgevoed door een beambte van de douane in de schans.

Hij reist in 1851 met zijn vrienden van Winschoten naar Delft. Onderweg beschrijft hij levendig wat hij meemaakt. De route, de mensen die hij tegenkomt, de kwaliteit van het vervoer, de gebouwen en hier en daar een kleine 'ramp'.

Dit reisverslag is een prachtige basis voor de inmiddels traditionele lezing op de Open Monumentendag dit jaar, met het thema 'Op reis'. En dat gaan we doen. We reizen door het Nederland van midden negentiende eeuw en kijken door de ogen van een jonge man.

Het lezen van het verslag van Crebas heeft veel vragen bij me opgeroepen. Ik wil u meenemen op de reis die ik maak om die vragen te beantwoorden. We gaan stap voor stap door het onderzoek en leren Hendrikus en zijn vrienden langzaam wat beter kennen.

Voor deze reis nodig ik u van harte uit op 12 september in het Cultuurhistorisch Centrum Oldambt. De lezing begint om 14:30. U bent welkom voor koffie en thee vanaf 14:00 uur. De toegang is € 10,00.

woensdag 23 juli 2014

DVD over OG

Meer dan een eeuw geleden begon het allemaal met Ol Graitje. De tram die van Delfzijl naar Ter Apel reed en zoveel betekende voor de ontsluiting van het land. Aan het eind van de jaren veertig was het al weer afgelopen. De modernisering had de tram, die toch al niet zo hard ging, ingehaald.

De afgelopen maanden heeft Cees Stolk opnames gemaakt langs het spoor en met mensen die bijzondere herinneringen hebben aan OG. Ze behoren bij de laatsten die er nog over kunnen vertellen uit eigen herinneringen: we zijn net op tijd.

Op de Open Monumentendag zullen we de DVD presenteren. We zijn deze zomer druk met de voorbereidingen. Halverwege augustus zullen we bekend maken waar en hoe laat de presentatie zal zijn. 

Wilt u de DVD niet missen? Dan kunt u vooraf intekenen. Natuurlijk is de aankoopprijs dan ook lager. Meer informatie hierover vindt u op de website van het Cultuurhistorisch Centrum Oldambt. 

woensdag 16 juli 2014

Mijn 5 mooiste reismonumenten.

Dit jaar op 13 september is het weer Open Monumentendag. Ieder jaar is er een ander thema. Dit jaar is het 'op reis'. Bij dat thema schoten beelden van monumenten uit de gemeente door mijn hoofd. Dit zijn mijn vijf favorieten.

De Oude Remise in Bad Nieuweschans.
Een prachtig waaiervormig gebouw. Iedere keer als ik er kom, verbaas ik me er weer over hoe mooi het pand is in zijn eenvoud. De remise heeft al eerder aandacht gehad tijdens een Open Monumentendag en volkomen terecht! Hier is een filmpje van Beeldend Verleden dat ik heb opgenomen met Bert Smit en Peter Drenth.

Het Station in Winschoten na de restauratie
Wat op het filmpje al te zien was, is dat het station door de jaren heen wat toegetakeld is geweest. Dat is gelukkig weer hersteld. Het station is gebouwd in 1865, toen de spoorbaan van Harlingen werd doorgetrokken naar de Duitse grens. De Staatsspoorwegen had een paar modellen laten ontwerpen, zoals ik in het filmpje ook vertel. Het model in Winschoten was SS3, dat bijvoorbeeld ook nog in Leeuwarden staat. 

Het Station van Scheemda
De standaardstations werden aangepast aan de omvang van de plaats van het station. Scheemda was kleiner dan Winschoten en kreeg een SS4 station. In dit station zit het onderzoeksbureau van Elles Bulder. Ik vind dat een heel passende invulling omdat het bureau zich veel bezig houdt met de historie en het erfgoed van Groningen. 

OP huisje in Midwolda
Het heeft een heel herkenbaar uiterlijk, dit haltepunt van de tramwegmaatschappij Oldambt-Pekela. De gevel is wit en in de top is een soort motief van driehoeken aangebracht. Koos Akkerman, die net langs kwam, vertelde dat hij het zich herinnert als de winkel van Jeltje Lamminga, waar hij van zijn zakgeld stroopsoldaatjes kocht. Er is nog een huisje van OP in de gemeente, maar dat is in slechtere staat. Van de trams is hier en daar nog wat over gebleven. Iets om zuinig op te zijn.

Hoofdstation OG
Eén van de herinneringspunten aan de stoomtram Oostelijk Groningen. Dit jaar presenteren we een DVD en boekje met de laatste herinneringen aan OG. Het pand staat nu tegen de achtergrond van groen en oude bomen, maar vroeger moet het er druk geweest zijn met alle sporen bij een rangeerterrein. De boog aan de rechterzijde van het gebouw is nu dicht gemaakt. Vroeger was daar de plaats om de kaartjes te kopen.

Ik ben benieuwd naar uw ideeen over reismonumenten in het Oldambt. Welke zouden volgens u in de top 5 moeten? Laat het ons weten. Stuur een mail naar chcoldambt@gmail.com of laat een opmerking achter onder dit verhaal. 

woensdag 9 juli 2014

Carillon concerten

Deze donderdag beginnen de zomerconcerten van het carillon in Winschoten. Het programmaboekje is klaar. Het ligt bij de VVV. Er zijn weer 6 concerten dit jaar van beiaardiers uit heel Nederland. Het programma heeft me opnieuw verrast. Ik weet niet veel van carillons, behalve dat ze het centrum van Winschoten de sfeer geven die hoort bij een Oudhollandse stad. En dat het daarom behouden moet blijven.

Adolph Rots, de beiaardier die we meestal op de donderdagen horen, maakt er ieder jaar weer een prachtige reeks van. Ieder zal weer andere dingen mooi vinden. Ik zelf ben benieuwd naar het stuk dat Marcel Siebers voor zijn kleinkinderen heeft geschreven en dat hij aanstaande donderdag speelt.

Aldolph Rots koos voor  25 juli onder meer een serie Scandinavische composities van Ann-Kristine Christiansen. Ik heb nog nooit van haar gehoord. Dat maakt me nieuwsgierig. Henk Verhoef speelt op 8 augustus onder ander Gershwin op de klokken. Ik vraag me af hoe dat zal klinken. Net als Shostakovitch' second wals, die door Martien van der Knijff is uitgekozen.

Henk Veldman heeft voor 22 augustus een themaconcert gemaakt over 200 jaar koninkrijk. Van 'laat ons juichen Batavieren' uit de 18e eeuw tot 'Adios Nonino', het lied van koningin Maxima. Piazzola op een carillon, ik ben benieuwd! In het laatste concert, dat op 5 september wordt gespeeld door het Groninger Carillon Duo (Adolph Rots en Auke de Boer) zit een stuk van een van mijn favoriete componisten: Aron Copland. Hem wil ik ook wel eens op het carillon horen...

Het programma is ter krijgen bij de VVV en te downloaden van onze website

Dit is mijn kijk op de concerten. Ik ben benieuwd wat jullie nieuwsgierig maakt, of wat jullie eens op het carillon zouden willen horen. Ik kan altijd aan de beiaardier vragen of hij een verzoeknummer wil spelen. Jullie kunnen je wensen doorgeven bij de opmerkingen.


woensdag 2 juli 2014

Eerste Wereldoorlog

Dit jaar wordt op allerlei manieren herdacht dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Op 28 juni 1914 schoot Gavrilo Pricip de Habsburgse troonopvolger Franz Ferdinand en zijn vrouw dood. Dat was het begin van de oorlog die in veel landen als de grootste te boek staat. Nederland bleef neutraal. Dat was niet helemaal netjes, omdat er een verdrag was met België. Na de oorlog heeft België dit willen verhalen op Nederland door Zeeuws Vlaanderen op te eisen. Nederland kocht het af met een belofte om een kanaal te graven, dat er waarschijnlijk ooit zal komen. Wie weet....

In het Scheemder gemeentehuis
Wat betekende de oorlog in het Oldambt?
Om daar een beeld van te krijgen, nam ik de correspondentie uit 1914 van de gemeente Scheemda. Het verhaal van Berend Hoogerman vertelde ik al. Maar wat is er nog meer? Dit viel me op.....

In juni stuurde de provincie Groningen een heel aantal verklaringen dat opgeroepen soldaten voor de lichting van 1915 op een andere plek dan is Scheemda hun keuring konden laten doen. Het had er vaak mee te maken dat ze elders woonden of onderweg waren.

Op 30 juli krijgt de burgemeester een brief van de Chef van de Generale staf. Hij verwijst naar de geheime brief uit 1903 (!). De chef meldt dat hij een telegram zal sturen met de tekst: oorlogspostduivendienst treedt in werking' en dat dan de eerste alinea van de geheime brief in werking treedt. Een dag later komt het telegram, maar er staat meer tekst in. Het ontvangkantoor moet gevraagd worden om het betreffende gedeelte der strook onmiddellijk te vernietigen. Het maakt me nieuwsgierig naar de geheime brief.

Op 1 augustus wordt een overzicht opgemaakt van alle paarden die in de gemeente beschikbaar zijn voor het leger. De vorderingen zijn begonnen, Nederland wordt in staat van paraatheid gebracht. In Scheemda worden 38 paarden gevonden met een totale waarde van 23025 gulden. Twee maanden later schrijft de burgemeester op verzoek aan de Directeur van het Remontewezen dat er echt geen paarden zijn achtergehouden.

In september laat de burgemeester weten dat de mobilisatie van de gemeente Scheemda geen enkel probleem heeft opgeleverd. En in dezelfde maand worden de verzoeken om vrijstelling van dienst afgehandeld. H. Keizer, bijvoorbeeld, wil bij zijn moeder blijven. Hij is kostwinner voor haar. Misschien zou hij wel vrijstelling hebben gekregen als er geen oorlogsdreiging was. Wie zal het zeggen. Dat kostwinnerschap is natuurlijk een probleem voor veel meer gezinnen. Daarom komt er een bericht van het Ministerie van Oorlog waarin de richtlijnen worden gegeven voor de vergoedingen. Dat niet iedereen daar even tevreden mee was blijkt uit een brief van 10 december.

De Commissie van advies, bestaande uit bestuurders van 12 werkliedenorganisaties te Scheemda een verzoek aan de gemeente om een steuncomité op te richten voor de gezinnen van hen die 'onder de wapenen zijn geroepen'. De vergoedingen die werden uitbetaald waren te laag in verhouding tot het loon dat de kostwinners, die nu soldaat waren, verdienden.  Het besluit van de gemeente is verrassend. De tekst is achterop de brief getypt, maar een deel daarvan is aangepast. Er stond: Inzake een verhooging der vergoeding aan de gezinnen die onder de wapenen zijn geroepen is door de vereeniging van Burgemeesters besloten daarop niet in te gaan. En in de verbeterde tekst staat dat er voorlopig geen beslissing is te verwachten. Het lijkt er op dat de verandering van de hand van de burgemeester zelf is.

De NV Zwaan en de Wiljes krijgt diverse vergunningen om peulvruchten uit te voeren. Het lijkt me voor de hand liggen dat dit met de oorlog te maken heeft. Zeker weten doe ik het niet. Hier kom ik nog op terug.

En terwijl dit allemaal voorbij komt in het gemeentehuis, gaat het leven redelijk onverstoorbaar verder. Er worden stenen gekocht voor de wegen en cokes voor de gemeentelijke gebouwen. Onderwijzers komen en gaan en de gemeente krijgt een nieuwe wegarbeider. Café's vragen om vergunning voor het schenken van sterke drank. En de werkzaamheden van het electrisch bedrijf gaan rustig verder, ook ondanks klachten van burgers die niet worden aangesloten. Er worden commissieleden benoemd, die wel of niet hun positie aanvaarden.

Terwijl ik de correspondentie bekijk, dwalen de vragen door mijn hoofd. Hoe ging dit allemaal verder? Hoe was het in andere gemeenten? Hoe zit het met de geheime brief? En had de vergunning van Zwaan en de Wiljes met de oorlog te maken? Die vragen kan ik gaan beantwoorden. Welke vraag hebt u, heb jij na het lezen van dit verhaal? Dit kun je me laten weten door een reactie achter te laten onder de tekst. Klik op de link naar de opmerkingen en dan krijg je een scherm om je reactie in te typen. Je kunt ook een mail sturen naar chcoldambt@gmail.com. Uit de reacties kies ik het onderwerp dat het meest wordt genoemd en daar zal ik verder onderzoek naar doen. Ik ben benieuwd. Andere vragen zijn natuurlijk ook welkom.


donderdag 26 juni 2014

29 juni 1914 - Groeten uit Le Havre

29/6/1914
Yieppe, frankrijk

Geachte oom en tante
Ik kan u schrijfen als dat ik de brief van u in gezondhijt heb ontvangen en ook hoop  ik alsdat gij deze ook in gezondheit maag ontvangen ik kan u schrijfen alsdat wij hier in Yieppe weer aan het laden zijn naar Vlaardinge toe dus wij gaan weer naar Holland toe ik denk als het een beetje mee wil lopen dat wij den 5 of 6 in de ander maand in Holland zullen aan kommen en dan kom ik over om mijn dienst te doen. Ik ben wel benieuwt hoe dat zal aflopen nu wees nu verder van mij gegroet die zich noemt uw oom en tantzegger B. Hoogerman tot ziens.

Dit schreef de jonge Berend Hoogerman op een ansichtkaart aan zijn oom en tante, die aan het Winschoterdiep in Groningen woonde. Berend werd gezocht. Hij had zich niet gemeld voor de herhalingsoefening van 22 juni in Assen. Uit de briefwisseling blijkt dat hij al uitstel had van zijn dienst. Eigenlijk had hij eerder moeten opkomen voor de herhalingsoefening, maar uit het archief blijkt dat hij verlof heeft gekregen. Toen de internationale spanningen steeds hoger opliepen, werd het vermoedelijk belangrijker om alle militairen op herhalingsoefening te sturen.

Het verlof liep op de 22e af. Berend werkte bij de internationale zeevaart en blijkens ansichtkaart probeerde hij terug te komen naar Nederland. De gemeente Scheemda, waar deze kaart in het archief bewaard is gebleven, is naar hem op zoek gegaan. De burgemeester van Scheemda vraagt informatie aan de burgemeester van Groningen. Kennelijk heeft hij het adres van zijn tante en oom opgegeven als contactadres. En zij konden de kaart als verklaring overleggen.

Op de site van het Noorderlijk Scheepvaartmuseum komt Berend twee keer voor: toen hij aanmonsterde in 1910 en in 1912. In het laatste geval is er ook een M. Hoogerman aan boord als kok, 16 jaar oud. Een kort onderzoekje op Alle Groningers wijst op Memko, een jongere broer van Berend. Als we verder zoeken, komen we ook bij de oom en tante uit. Hindrik Hoogerman was een broer van Berends vader Lammert. Hij was getrouwd met Aaltje Zweep en klom zijn jaren in Groningen op van pakhuisknecht naar winkelier. Berend zelf trouwde in 1918 en gaf toen als beroep zeekapitein op. Ook hij maakte dus promotie, en we weten dat hij veilig in Nederland is aangekomen.

vrijdag 20 juni 2014

Voor de drost (3)

De verhalen zijn bijna allemaal binnen. De werkgroep heeft hard gewerkt de afgelopen tijd aan de vertaling van de bronnen naar de huidige tijd. Het is spannend om te zien hoe het boek over de rechtspraak in de achttiende eeuw zich ontwikkelt. Om nog een keer een indruk te geven van de verhalen, is hier nog een klein stukje:

Terborg, Stads Fiskaal schrijft een brief aan den Heer Gockinga Landschrijver van den Oldambten , waarin het onderstaan de verhaal:
Grietje Hinderks, geboren omstreeks 1700,  trouwde in 1728 met een soldaat in  Pruisische dienst. Hij blijft erg lang weg en ze trouwt opnieuw. Dan keert nummer 1 terug en gaat Grietje weer  naar Emden. In middels heeft ze een dochter, Lyzabeth Hinderks, van 32 jaar en die is getrouwd met Hinderk Soldaat. Hinderk heeft de Pruisische dienst verlaten toen de Fransen  Emden binnen  zijn getrokken. Sinds Nieuwjaar wonen de dames in Winschoten maar de diacenen willen dat ze uit Winschoten weggaan. Bovendien worden ze verdacht van huisbraak bij een koopman in Winschoten . De bewijslast is niet overtuigend.

“Het oude wijf” zo schrijft Terborg, “is wat zwoelachtig en niet groot en mager het jonge is was vleeschijger maar nog ruim zo klein en nu grof zwanger.”

Ik vraag me af waarom het nodig was om de vrouwen zo te beschrijven. En waarom deze brief gestuurd is. Wilde de diaconie af van twee vrouwen die een beroep deden op ondersteuning? Was de beschuldiging daar voor bedoeld? Het ziet er naar uit dat Gockinga niet onder de indruk was, en de zaak heeft laten rusten. Misschien maar beter....

vrijdag 13 juni 2014

Fotovrijdag OMD

Dit boekje is de basis voor de Monumentendaglezing die ik zal houden op 12 september. Het thema van dit jaar is 'Op reis'. Het boekje bevat een reisverslag van een Winschoter gymnasiumstudent met zijn klasgenoten van Winschoten naar Delft en terug. De reis viel midden in de negentiende eeuw, midden in de vernieuwingen van het transport in een land dat nog tot een eenheid moest groeien. Het is een boeiend verslag, met hier en daar wat branie, standsverschillen en vreemde gebeurtenissen. In de loop van de tijd zal ik er wel iets meer over zeggen. Eerst maar beginnen met de foto.

vrijdag 6 juni 2014

donderdag 5 juni 2014

Folders, wandelingen en brochures

Vorig jaar maakte ik samen met de molenaars een folder over de vier molens in de gemeente Oldambt. Nu zijn we druk bezig met de laatste stukken van een brochure die achtergrondinformatie geeft over de molens, de korenmolens dan. Leuke verhalen.

De oudste molen, Edens, werd steeds hoger. Het is een verhaal van een ophogingsgeschiedenis. Molen Dijkstra was de traditioneelste molen. Molen Berg is een van de laatste molens in Groningen nog met zelfzwichting (dat leggen we in de folder uit) en Udema's molen biedt veel mogelijkheden om over het leven in en om de molen te vertellen.

Ik wil er een serie van maken. Vanmiddag is een brochure over de joodse geschiedenis van het Oldambt een van de onderwerpen van een vergadering. Daar komt dan een stadswandeling bij, die door Marketing Oldambt zal worden gemaakt. Ik heb ook nog andere onderwerpen in gedachten.
Zoals de toren en het carillon van Winschoten en waterbeheersing: een molen en drie gemalen.

Het mooiste zou zijn als er een lijn van informatie kwam met allemaal herkenbare uitstraling. Een samenwerking tussen Marketing Oldambt, stadsgidsen, molenaars, bibliotheek, gemeente, waterschap noem maar op, en het Cultuurhistorisch Centrum Oldambt. Hoe meer zielen, hoe meer kennis en hoe meer bemiddelbare vreugd, zou ik zeggen.

woensdag 4 juni 2014

Werelderfgoed

Op de jeugdafdeling van de bibliotheek werd vanmiddag een tentoonstelling geopend over de Waddenzee als werelderfgoed. Er is een onderwijspakket samengesteld over de Waddenzee. Deze tentoonstelling hoort daar bij.

De opening begon met een korte film met beelden van National Geografic kwaliteit. Terwijl ik sta te kijken, vraag ik me af waarom ik toch niet elk weekend op de dijk te vinden ben.... Werelderfgoed naast de deur!

Wethouder van de Aker opende de tentoonstelling met een verhaal voor de aanwezige kinderen, die met bekertjes limonade in hun hand en snoep in hun mond naar haar luisterden. Ik keek even in het lespakket: een krant over de zee, kleurplaten, allerlei boekjes over wat er te vinden is. Ik wist werkelijk niet dat het er zo mooi en vooral divers is.

Er speelden gelijk allerlei dingen door mijn hoofd over lespakketten die ik zelf zou kunnen maken. Wie weet vraag ik de wethouder volgende keer om mijn lespakket te presenteren. Dan moet ze natuurlijk wel in het college blijven, en daar kunnen we nog niks over zeggen.....

vrijdag 23 mei 2014

De vlek van Derk Randa Mulder 2

Ja, het was een behoorlijke diefstal, die Derk Randa Mulder had gepleegd. Verder zoekend in het archief van het Groninger Gerechtshof, trof ik de veroordeling van Derk, met verantwoording.

Derk verdiende met zijn werk als klerk 360 gulden per jaar. En gedurende de tijd die hij in dienst was bij zijn baas, verduisterde hij ruim 1200 gulden. Dat is bijna 3,5 jaarloon. Als we dit vertalen naar de huidige standaarden, dan zouden we kunnen zeggen dat hij een ton verduisterd heeft. Tja, daar stond een zware straf op, zeker ook omdat hij stal van iemand bij wie hij in loondienst was.

Wat die 'vlek', waarvan hij moest worden, is nog steeds niet duidelijk. Daar moet ik nog verder naar zoeken. Was zijn veroordeling misschien toch onterecht, achteraf gezien? De brief, die de aanleiding is van dit onderzoek, verwijst naar een Koninklijk Besluit. Dat moet ik dan eerst maar eens opzoeken.

woensdag 7 mei 2014

De vlek van Derk Randa Mulder

Op 4 april schreef ik over een brief die ik vond in het archief van de voormalige gemeente Winschoten: Derk Randa Mulder moest worden ontheven van de vlek. Ik beloofde toen verder te gaan zoeken. Gisteren heb ik de eerste stappen gezet.

In de Groninger Archieven liggen de archieven van het Provinciaal Gerechtshof. In een register van criminele zaken trof ik Derk Randa Mulder. Zij zaak blijkt op 30 december te zijn behandeld. Hij werd beschuldigd van Diefstal jegens zijnen meester, tijdens hij bij den zelven als klerk voor loon in dienst was. 
Op 6 januari wordt het vonnis geveld: Derk wordt veroordeeld tot tot te pronkstelling op een schavot gedurende een half uur - confinement in een rasp- of tuchthuis voor zeven jaren en in de kosten. 

Zeven jaar gevangenisstraf dus. Dat is behoorlijk hoog, vergeleken bij de andere straffen voor diefstal die ik in het register tegen kwam. Het moet een behoorlijke diefstal zijn geweest. Een knecht, die kort na Derk werd veroordeeld, kreeg een half jaar, hoewel hij ook in loondienst van zijn meester gestolen had. Ik zal nog verder zoeken naar de inhoud van de zaak.

Een kort onderzoekje in de registers van gedetineerden van de stad Groningen wijst uit dat Derk Randa Mulder daar niet gevangen heeft gezeten. Dat is dus een volgende vraag: als hij zijn straf heeft uitgezeten, waar heeft hij dat dan gedaan? En hoe ging zijn proces verder, als er uiteindelijk een opdracht tot ontheffing van de vlek is gekomen?

Wordt vervolgd.....

woensdag 16 april 2014

Een ambulance voor Nieuwolda

Het doet al jaren veel stof opwaaien, het nieuwe ziekenhuis dat er moet komen aan de A7. Onlangs zijn de eerste plannen gepresenteerd. In de correspondentie van de voormalige gemeente Nieuwolda trof ik een verhaal van 100 jaar geleden waaruit duidelijk wordt hoe beperkt de ziekenverzorging een eeuw geleden was en dus hoezeer de kwaliteit is toegenomen.

Twee ziekenhuizen in de stad Groningen waren de enige ziekenhuizen in de provincie. Pas in 1926 zou in Winschoten het ziekenhuis worden geopend. Als iemand ernstig ziek was, was het moeilijk om in Groningen te komen. Daarom had het Provinciale Groene Kruis in het begin van 1913 een verzoek ingediend bij het Hoofdbureau der Posterijen en Telegrafie. 

Het verzoek hield in  dat er eene zodanige regeling werd getroffen dat van uit de in de Provincie Groningen gelegen Ryks- en hulptelefoonkantoren te allen tijde de zieken-automobiel, welke te Groningen is gestationeerd, kan worden ontboden om erstige zieken en slachtoffers van rampen en ongelukken zoo spoedig mogelyk naar een der ziekenhuizen in de stad Groningen te kunnen vervoeren.

Het Groene Kruis heeft voor deze regeling het oog laten vallen op Nieuwolda. Nu is de vraag aan het gemeentebestuur of zij willen nagaan of de kantoorhouder bereid is in sluitingstyd des daags en des nachtes van het hulptelefoonkantoor gesprekken tot stand te brengen met den houder van de vorenbedoelde ziekenauto.

Het verzoek van het Hoofdbureau komt in februari bij het gemeentebestuur van Nieuwolda op tafel en in april volgt er een aanvullend verzoek door een commissie voor de telefoondienst. In de commissie zitten de Nieuwolder arts H.H.T. Bekenkamp, burgemeester Berensteyn van Veendam en de fabrikant J.E. Scholten. Bekenkamp is voorzitter van het Provinciale Groene Kruis. Geen wonder dus dat Nieuwolda in aanmerking komt voor de telefoondienst. De commissie vraagt het gemeentebestuur om 1/8 cent per inwoner beschikbaar te stellen te ondersteuning van de dienst.

De toelichting die de commissie bij het verzoek heeft gevoegd, geeft een mooi beeld van het ontstaan van het ziekenvervoer. In september 1909 was het klein begonnen maar al snel zette de groei in. Blijkbaar was de behoefte aan het ziekenvervoer groot. In de vier maanden van 1910 reed de ziekenauto 7750 kilometer. Dit verdubbelde in twee jaar tijd tot 15628 kilometer in 1912. Hoewel het vervoer een succes is, moet er ook het 'e'en en ander verbeterd worden.

Meermalen bereiken ons nog klachten, die betrekking hebben op het stooten van de automobiel of op het lange wachten, voordat de ziekenwagen ter plaatse arriveert. Zullen we aan de eerste klacht tegemoet komen, door het beschikbaar stellen van eerste klasse ziekenauto's en door het aandringen op verbetering van wegen, zooals reeds is gebeurd met den weg langs het Winschoterdiep, tusschen Martenshoek en Groningen, en in de gemeente Noordbroek, hetgeen we hier dankbaar memoreeren, ook aan de andere klacht schenken we onze aandacht. 
Een van de redenen van het wachten op de automobiel is, dat deze niet voor 's morgens 8 uur telefonisch kan worden gerequireerd. Patienten, wier opname in een ziekenhuis direct wordt vereist en door een ongeval tusschen half acht 's avonds en 8 uur 's morgens getroffen, kunnen dus niet voor 8 uur 's morgens per ziekenauto worden gehaald, zoodat het voorkomt, dat de auto op dit vroege uur tegelykertyd wordt ontboden op verschillende plaatsen in de provincie.
Is dit in de eerste plaats onaangenaam en soms verderfelyk voor den patient, die 's nachte noodzakelyk moet worden vervoerd, in de tweede plaats kan dit de oorzaak zijn, dat een andere patient op het vervoeren van den eersten moet wachten, omdat er dan 's morgens meerdere aanvragen tegelyk de auto-garage kunnen bereiken.

Het laatste probleem zou dus opgelost kunnen worden door te zorgen dat de garage 's nachts ook bereikbaar zou zijn. Op 20 december blijkt dat het gelukt is om de telefoonvoorziening te regelen. De start van de voorziening is gepland op 1 januari 1914.

De wegen waren slechter, de auto's minder snel en de aanrijroutes langer langs alle binnenwegen. De aanrijdtijd van de ziekenauto, zo blijkt uit dit verhaal, zal vele malen langer zijn geweest dan de 15 minuten die nu gelden. De heren Bekenkamp, Berensteyn en Scholten hebben wel wat in gang gezet.

Een foto van ziekenauto is te zien op de beeldbank Groningen

vrijdag 4 april 2014

Ontheffen van de vlek

Binnenkort verschijnt de film over de veroordeling en gevangenisstraf van Lucia de B. Na een aantal jaren opgesloten te hebben gezeten, werd zij vrijgelaten en vrijgesproken. Ze zegt zelf over de film dat ze wil dat mensen gaan kijken om te beseffen dat het hen ook kan overkomen.

Daar moest ik aan denken toen ik een brief tegenkwam in de correspondentie van de gemeente Winschoten in 1853. Ik was op zoek naar de bouwvergunning van molen Berg. Die zat ook in het pak, maar deze brief trok mijn aandacht.

De datum van de brief is 4 oktober 1853. Dit staat er in:

Wij Willem III, bij de gratie Gods, koning der Nederlanden, Prins van Oranje - Nassau, Groot-hertog van Luxemburg, enz. enz. enz. Op het aan ons ingediend request om rehabilitatie.
Gezien het advies van de n Hoogen Raad der Nederlanden, van den 22 September 1853, mitsgaders het rapport van Onzen Minister van Justitie van de 3 Oktober 1853 no. 92
Hebben goedgevonden en verstaan: Derk Randa Mulder, thans wonende te Winschoten, provincie Groningen, te ontheffen van de vlek van eerloosheid en alle gevolgen van dien, welke zouden kunnen geachte worden op hem te rusten ten gevolge van een arrest van het Provinciaal Geregtshof in Groningen van den 6 Januarij 1845, waarbij hij tot criminele straffen is veroordeeld geweest.
Onze minister van Justitie is belast met de uitvoering dezes.

Na 8 jaar kwam er dus genoegdoening. Waarvoor? Wie was deze man? En welke straf heeft hij gekregen? Mijn interesse is gewekt. Kent iemand deze zaak? Is deze Derk Randa Mulder een van uw voorouders? Ik hoor het graag.

woensdag 2 april 2014

Nieuwe aanwinst - 150 jaar kerk Winschoten

Een tijdje geleden bracht ik een bezoek aan mevrouw Leutcher - Bos. Zij had een aantal foto's voor mij van de toneelvereniging Da Costa uit Winschoten. Ooit was de vereniging begonnen als Gereformeerde Reciteervereniging, maar met het verloop van de tijd werd het meer en meer een toneelvereniging.

In een plakboek vond ik een aantal prachtige groepsfoto's van de spelers, nog geschminkt en gekleed voor de voorstelling. Ik ging samen met Fokko, die de Beeldbank beheert voor het CHC, bij mevrouw Leutcher op bezoek om samen met haar de namen bij de foto's te noteren. Aan de keukentafel namen we het boek nog eens door en gaf zij ons alle namen die ze zich nog kon herinneren. Zo legden we een stukje toneelgeschiedenis van Winschoten voor het nageslacht vast.

Mevrouw Leutcher heeft nog veel meer verzameld door de jaren heen. Haar vader drukte het gereformeerde kerkblaadje in de jaren dertig. Alle exemplaren heeft ze nog, een schat van informatie. Ooit werkte ze mee aan een herdenkingsboek over de Gereformeerde kerk in Winschoten, de geschiedenis van de huiskamerkerk na de Afscheiding tot de prachtige kerk aan de Venne. Van dit boekje had ze nog een aantal exemplaren. Eén daarvan staat nu in de bibliotheek van het CHC. Voor het nageslacht.

vrijdag 28 maart 2014

28 maart 1914 - Mooie woorden in Nieuwolda?

Op de vergadering van Burgemeester en Wethouders van 28 maart 1914 ligt een brief op tafel van de provincie. De minister van Binnenlandse Zaken wil weten wat het gemeentebestuur vindt van de stichting van een vijfjarige HBS in Appingedam of Delfzijl. Beide gemeenten hebben een verzoek ingediend bij het ministerie om zo'n opleiding te mogen stichten.

Het college besluit Gedeputeerde Staten mede te deelen, dat het dezerzijds wenschelijk wordt geacht, dat aan één der daarbij bedoelde verzoeken wordt voldaan en dat voor deze gemeente vooral geprefereerd wordt de stichting van zoodanige school te Delfzijl, waarvan dan een ruim gebruik door kinderen uit deze gemeenten verwacht wordt. 

Een paar maanden later, op 11 juli, ligt er een verzoek van het gemeentebestuur van Appingedam. Hun vraag is of Nieuwolda een jaarlijkse bijdrage wil betalen voor de HBS die daar wordt gesticht. Maar dat is het College niet van plan.

Hoewel de leden het ten volle eens zijn met het groote nut van het geven van zooveel mogelijk gelegenheid tot het ontvangen van middelbaar onderwijs, ook voor deze gemeente, vinden zijn daarin toch geen reden, den Raad een voorstel tot het subsidiëren van genoemde school te doen, vooral uit overweging dat, in verband met de reeds bestaande inrichtingen van dien aard Appingedam niet in aanmerking zal komen om door leerlingen uit deze gemeenten te worden bezocht, wijl Winschoten zoowel per fiets als per spoor gemakkelijker te bereiken is en zelfs Veendam, wat den trein betreft, beter reisgelegenheid geeft.

Was de eerste brief, die aan het ministerie, niet meer dan mooie woorden? Dat is de vraag. Het gemeentebestuur zag een HBS wel zitten, maar dan bij voorkeur in Delfzijl, dat vanuit Nieuwolda te bereiken was met de trein. De NOLS reed van Zwolle naar Delfzijl, via Nieuwolda. Kinderen konden dus wel makkelijk in Delfzijl komen, maar niet in Appingedam. Het is dus een logische afwijzing. Het bestuur had misschien in hun eerste brief iets duidelijker kunnen zijn.

Uiteindelijk heeft het niet veel uitgemaakt dat Nieuwolda niet mee wilde betalen, want een HBSer  is ondanks dat toch gekomen in Appingedam.

Bron: Archief van het gemeentebestuur van Nieuwolda 1811-1989 inv.nr.19
ill: 4-0047 Station nieuwolda in aanbouw 1908

vrijdag 21 maart 2014

Wereldpoëziedag

Het is vandaag de wereldpoëziedag. Daar sluit ik graag bij aan. Ik kies dit keer voor een gedicht van Derk Siebolt Hovinga. Dit Oldambtster Boerenlaid, is een soort officieus volkslied van het Oldambt.
Het gedicht is, met nog meer gedichten van Hovinga, opgenomen in het boek Boven het Maaiveld, 't Oldambt vertelt van Willem Friedrich. De foto is ook van hem. De vormgeving is van Jetze Smit van Noordproof in Bedum. Alles bij elkaar is dit op en top het Oldambt.


Ik schreef al eerder over een andere dichter: Berend Koning en plaatste een gedicht van Saul van Messel.

woensdag 19 maart 2014

Heropvoeding van luie buiken 2


Een ander verhaal van Wil Schackmann uit de bedelaarskolonie Ommerschans, als een voorproefje voor de historische Nutslezing op 12 maart: 


Door den drank en daaruit vloeijend slordig gedrag

Van Paulus Bloemer is wat meer bekend dan van de doorsnee Ommerschans-bewoner, omdat hij in augustus 1819 een poging gedaan heeft opgenomen te worden in de vrije kolonie Frederiksoord. Daarbij had hij de steun van een notabel uit Meppel. Berend Slot, lid van een rijke koopmansfamilie, vader van de latere Meppelse burgemeester Jacobus Everhardus Slot, contribuant van de Maatschappij van Weldadigheid en in het geval van Bloemer optredend als een soort mantelzorger.

Paulus Bloemer is dan 38 jaar, hij heeft lichtbruin haar, is ongeveer 1.70 meter lang, hij is zeer intelligent maar hij heeft ook een drankprobleem. Eerst was hij schoolonderwijzer te Kuinre en zo kent Slot hem, want diens schoonfamilie woont daar. Maar in 1810 werd Nederland bij Frankrijk ingelijfd, Bloemer leerde razendsnel de Franse taal en maakte zich zo nuttig bij het plaatselijke bestuur dat hij nauwelijks nog op school verscheen. 

Hij rekende er vast op een baantje te krijgen en zegde zijn betrekking als onderwijzer op.
Maar... twee jaar later verdwenen de Fransen uit ons land. Door armoede gedwongen verkocht Paulus zich als remplaçant in de militaire dienst. Dat ging heel goed en hij klom op tot sergeant-majoor. Na de Slag bij Waterloo kreeg hij zelfs een hoge onderscheiding. Niet vanwege zijn dapperheid maar om zijn sterke geheugen, want hij kon zich de inhoud herinneren van stukken die in de strijd verloren waren gegaan en hij kon de lacunes uit zijn hoofd aanvullen.

Maar na die tijd ging het van kwaad tot erger met Paulus Bloemer. Volgens Berend Slot vooral 'door den drank en daaruit vloeijend slordig gedrag'. Slot heeft medelijden met de man en zijn gezin, biedt ze onderdak en als hij in Meppel een nalatenschap moet afwikkelen huurt hij Bloemer in als assistent. 'Ik heb eenige weken van smorgens, tot savonds met genoegen met hem gewerkt, hij gebruikte geen drank.' Berend Slot prijst zich gelukkig 'een ellendeling zo verre geholpen te hebben'.

Maar dan komt de zoon van de schout van Kuinre in Meppel en die kent Bloemer nog van vroeger. De man nodigt hem uit om in zijn logement aan te zitten bij een gezellige maaltijd met nog twee heren. Het wordt al te gezellig. 'De volgen­de dag,' schrijft Slot, 'vernam ik dat hij zig weer te buiten gegaan had.'

Berend Slot ontslaat hem. 'Bitter bedroeft is hij vertrokken.' Daarna zwerft Bloemer 'als een balling rond'. Als Slot een paar maanden later bij een ander huis van hem in Blesdijke in Friesland komt, 'wierd mij van ver door iemand het hek openge­daan'. De man verwijdert zich weer maar Slot roept hem terug om hem te bedanken. 'Met beschaamtheid naderde hij mij, en met aandoening herkende ik Bloemer; in een veel ander en slegter gewaad, als hij van hier was vertrokken.' Slot geeft hem een aalmoes en geeft hem 'mijn laatste raad', namelijk om bij de directeur in Frederiksoord te gaan vragen of hij in de kolonie opgenomen mag worden.

De directeur zegt dat hij voor zulke verzoeken bij de landelijke leiding in Den Haag moet zijn. Paulus Bloemer krijgt van Berend Slot reisgeld om in Den Haag te komen, aan een zoon van Slot vraagt hij om kleding zodat hij een beetje fatsoenlijk voor de Haagse heren kan verschijnen en hij schrijft een roerend smeekschrift over zijn situatie: 'Ik ondervind met mijn huisgezin de gevolgen mijner verkeerdheden zodanig, dat ik mij, zonder redding, tot den bedelstand zal moeten vernede­ren'.

De landelijke leiding neemt het smeekschrift aan en vraagt dan informatie bij Berend Slot. Die vertelt openhartig over Bloemers drankproblemen. Hij meldt dat Paulus 'een bekwaame vrouw' heeft, die 'goed naaien, en zo hij mij gezegt heeft, andere handwerken kan verrigten, maar die in de diepste armoede zonder onderstand van de diaconie aan de Kuinre verkeerd'. En hij vraagt of de heren van de Permanente Commissie 'een proef op Frederiks Oort met hem gelieven te nemen'.

Blijkbaar gaat het toch niet door. Enkele jaren later is Paulus Bloemer wel degelijk tot de bedestand afgedaald. Hij bevindt zich dan in het provinciaal werkhuis te Hoorn. Maar hij is wel gezond en hij kan werken, zodat de Maatschappij van Weldadigheid alsnog met hem te maken krijgt. In het kader van een uitruil tussen Hoorn en de Ommerschans, waarbij enkele invaliden van de schans naar Hoorn gaan en een groep validen uit Hoorn in de bedelaarskolonie komt, arriveert ook de voormalig onderwijzer Paulus Bloemer op 20 maart 1825 op de Ommerschans.

Hij weet zich snel vrij te werken. Hij wordt 26 februari 1827 uit de bedelaarskolonie ontslagen en Paulus Bloemer slaagt erin er nooit weer terug te komen.


Heropvoeding van luije buiken 3


Het is bijna een uitzending van Spoorloos, maar dan in eigen land, dit verhaal van een jongen die van huis weg loopt. Zo kwamen mensen ook in Ommerschans. Meer van dit soort verhalen en inkijkjes in de negentiende eeuw zal Wil Schackman vertellen tijdens de historische Nutslezing op 12 maart in de Lutherse kerk. 


Na dat hij in de courant gezien had dat zijn ouders hem te rug wenschten

Het moet een verschrikkelijke familieruzie geweest zijn, thuis bij het Rotterdamse gezin Fröhm (soms ook geschreven als Frum). Details zijn niet bekend, maar de uitkomst is in ieder geval dat zoon Johan Frederik Wilhelm Fröhm, hij is dan bijna vijftien jaar oud, het huis verlaat en dat men niets meer met elkaar te maken wil hebben.

Na een aantal maanden keren de ouders op hun schreden terug. Blijkbaar plaatsen ze een advertentie in de krant dat ze het weer goed willen maken. Maar Johan F. W. Fröhm is zo ver nog niet. Hij bevindt zich dan in Amsterdam en 'na dat hij in de courant gezien had dat zijn ouders hem te rug wenschten', heeft hij 'de naam aangenomen van J. Torenvliet'.

En het is als Jacob Torenvliet dat hij in Amsterdam wordt opgepakt en april 1823 samen met 99 lotgenoten door politiecommissaris Christiaan Sepp in het ruim van een boot wordt gestopt en in enkele dagen over de Zuiderzee naar de Ommerschans wordt gebracht. Hij krijgt het bedelaarsnummer 730 en volgens het signalement is hij een van de vele schansbewoners met de aanduiding 'pokdalig'.

Na een tijdje onder het barse regime van de Ommerschans te hebben verkeerd, begint Jacob Torenvliet alias Johan Frederik Wilhelm Fröhm toch anders te denken over het familiegeschil en over de huiselijke kring die hij verlaten heeft. Hij schrijft 'een brief met schuldbekentenis en verzoek om bij hun te rug te mogen komen aan zijn ouders'. Er is ruimte voor verzoening.

Maar zo makkelijk kom je de bedelaarskolonie niet uit! Zijn moeder wendt zich januari 1824 tot de subcommissie van weldadigheid Rotterdam en die begint brieven te schrijven. Eerst aan de Permanente Commissie, maar die kan niet zomaar mensen vrijlaten. Dat recht is voorbehouden aan het ministerie van binnenlandse zaken, meer precies de 'staatsraad administrateur voor het armwezen en der gevangenissen' en dat is de volgende die brieven vanuit Rotterdam krijgt.

De ouders, schrijft de subcommissie, willen hun kind erg graag terug, maar als dat geld moet kosten wordt het lastig, want 'zij zijn zelve in bekrompen toestand, de vrouw schoonmaak­ster in een van onze stadgodshuizen'Hun zoon is van beroep 'barbier' en hij 'bragt door zijn goede oppassing ƒ3 in ‘t huishouden per week in'. De jongeman, denkt de subcommissie, 'is zeker verleid gewor­den'.

Gelukkig zijn er geen kosten aan verbonden, de administrateur werkt graag mee, maar laat zijn eindoordeel afhangen van het 'favorabel advies' van de Permanente Commissie over de jongeman.
Dat wil men wel, maar eerst worstelt men nog met een administratief probleem. Moeten ze hem nu inschrijven als Torenvliet of als Fröhm?? Na rijp beraad besluit de Permanente Commissie 'denzelven voortaan onder beide die namen te noteren, zoodanig dat op alle stukken, hem betreffende, de bedoelde persoon daaruit steeds blijkt'.

Het vergt vijf maanden corresponderen, maar op donderdag 8 juni 1824, na veertien maanden Ommerschans, wordt Johan Frederik Wilhelm Fröhm alias Jacob Torenvliet op vrije voeten gesteld. Inmiddels zestien jaar oud en een boel ervaring wijzer kan hij terugkeren naar het ouderlijk nest.

Nieuwe aanwinst - proefschrift van Schönfeld

Uit de bibliotheek van het Waterschap Hunze en Aa's kreeg het CHC Oldambt een waardevol boek: het proefschrift van H.I. Schönfeld. Het boek verscheen in 1886 in Groningen. Schönfeld promoveerde op een vergelijking van het Nederlandse en Duitse strafrecht, aan de titel te zien op Klachtdelicten.

Bij zijn promotie was Harbert Ido Schönfeld 25 jaar. Hij werd geboren in Bellingwolde in 1861 als de zoon van Joseph Schönfeld en Wubbina Poppens, aan wie hij zijn proefschrift opdroeg. De akte van zijn geboorte is te zien op de website van alle groningers.

Op latere leeftijd werd Schönfeld burgemeester van Winschoten. Een plein en een singel zijn naar hem vernoemd en het monument dat de bevolking hem gaf voor zijn jubileum siert nog steeds het plein dat zijn naam draagt. Schönfeld zat als burgemeester bijna in ieder bestuur en was betrokken bij tal van activiteiten.

Zijn proefschrift hoort dus zeker thuis in onze bibliotheek. Fijn dat bij het waterschap rekening wordt gehouden met het erfgoed in de regio!

vrijdag 28 februari 2014

Gemeenteraadsverkiezingen

Belangenverstrengeling, een lastig punt in de politiek, niet alleen tegenwoordig. Ook vroeger werd er kritisch gekeken naar politici. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 1931 blijkt dit een probleem in Winschoten. Twee heren, Dresselhuis en Woltjer, maken bezwaar tegen het raadslidmaatschap van de heer Huisman. Volgens hen mag hij niet in de raad plaats nemen omdat hij in dienst is van de gemeente. Dat is niet verenigbaar met lidmaatschap van de gemeenteraad, vinden zij.

Het is een beetje een rare kwestie om dit juist nu aan de orde te stellen. Huisman is namelijk al 20 jaar lid van de raad. Het werk dat hij doet, is altijd op arbeidscontract gegaan. Hij is dus nooit ambtenaar geweest. Tijdens de verkiezingen en daarna had hij een opdracht als kalkopzichter voor het nieuwe badhuis. 

De zaak wordt aan gedeputeerde staten voorgelegd. Daar krijgt Huisman gelijk. Hij kan niet worden aangemerkt als ambtenaar volgens de betekenis van de Gemeentewet art. 25. Huisman kan gewoon plaatsnemen op het pluche.  Een paar jaar later, in 1936, blijkt dat Huisman het langer volhield op dat pluche dan zijn critici uit '31. Op de foto met de nieuwe burgemeester, die een ander met zitvlees, Schönfeld, opvolgde staat hij nog wel. Dresselhuis en Woltjer zijn niet meer te bekennen. 



donderdag 27 februari 2014

Familie Bakker en familie Viet

De jonge Berend Viet verlaat Nederland om de dienstplicht te ontlopen. Het is de Eerste Wereldoorlog en hij heeft geen zin in het leger. Hij vertrekt van Beerta naar Amerika. Een paar jaar later komt hij zijn familie halen. Zij achterkleindochter, Mary Bakker, kwam naar Nederland op haar spoor terug.

Eerder op dit blog deed ik al een oproep voor haar en ook in de emailnieuwsbrief besteedde ik aandacht aan haar vraag. Ze wilde graag meer weten van haar familie en verwanten ontmoeten. Hierop reageerde meneer Oldenziel. Bij hem in de flat woonde een mevrouw Francken-Viet, die een nazaat is van een broer van Berend. Zij wilde ons wel ontvangen.

Mary Bakker kwam naar het Cultuurhistorisch Centrum. Ze had in Londen haar nichtje opgepikt en zou samen met haar ook nog een bezoekje brengen aan Duitsland omdat ook daar voorouders hebben gewoond. We stapten in mijn auto en reden naar de flat van meneer Oldenziel en mevrouw Viet. We werden door haar opgewacht in de gang. Ze had koffie en heerlijke koek voor ons klaarstaan.

Meneer Oldenziel had al veel werk gedaan voor Mary: er lag een hele stamboom voor haar klaar. Uit zijn hoofd vertelde hij nog allerlei familieverbanden en -verhalen, die een zoektocht op Internet hem opgeleverd hadden. Mary zat druk aantekeningen te maken en was dolgelukkig met alle informatie. Er waren ook wat foto's van vroeger en er werden nieuwe gemaakt.

Mevrouw Viets mooiste herinnering aan oom ... was zijn terugkeer naar Nederland toen zij twaalf was. Ze zat net op de middelbare school en kreeg daar voor het eerst Engels en Duits. Ze vond het met haar vriendinnen mateloos spannend om met haar oom Engels te praten.

Er volgt een speurtocht door fotoboeken, maar die blijken allemaal van de kant van haar man te zijn. De kinderen hebben kennelijk de Viet-albums meegenomen, denkt ze. Jammer voor Mary, maar ik heb niet de indruk dat ze het echt erg vindt. De informatie die ze nu krijgt helpt haar al heel veel verder. Mevrouw Viet kan haar ook nog vertellen waar het geboortehuis van Berend staat in Beerta. Mary en haar nichtje waren er al gaan kijken, maar hadden niks kunnen vinden. Op hun tocht naar Duitsland zullen ze toch nog een keer gaan kijken. Wie weet sturen ze ons hier nog eens een foto van.

Heropvoeding van luije buiken

Slaag voor Jan Vogel

De Hagenaar Jan Vogel is achterin de veertig. Samen met echtgenote Hendrika heeft hij vijf kinderen, lopend van Cathootje van net drie jaar tot Charlotta die al vijftien is. Maar Jan Vogel is 'zwak en ziekelijk'. En volgens sommigen is hij ook nog 'gekrenkt in zijne geestvermogens'. Hoe ernstig dat laatste is, valt niet te achterhalen, maar hoe dan ook is hij niet in staat zelf in zijn levensonderhoud te voorzien. En dus dumpt het Haagse gemeentebestuur hem en zijn gezin mei 1825 in de Ommerschans.

Vervolgens heeft datzelfde gemeentebestuur praatjes over de manier waarop Jan Vogel op de schans behandeld wordt. Twee maanden nadat zij hem hebben afgeleverd is hen een geval van 'onbehoorlijke behandeling' ter ore gekomen dat naar hun mening absoluut 'niet ononderzogt' mag blijven. Jan Vogel zou, heeft het bestuur vernomen, 'door eenen der opzigters op het veld onbarmhartig geslagen zijn, om dat hij niet werkte'.

Het bestuur heeft dat uit betrouwbare bron, door hen omschreven als 'eene respectabele hand', nader geprecisieerd als 'een aanzienlijk particulier van Amsterdam'. Die bron had er op gewezen dat zulks zich had afgespeeld op 15 juli 1825. Blijkbaar een zomerdag dat de hitte volgens iedereen zo groot was 'dat zelfs gezonde en sterke menschen dezelve nauwelijks verdragen konden'. Het gebeuren, weet het bestuur nog te melden, had 'veel sensatie gemaakt' onder zowel de familie van Jan Vogel als de mensen bij hem op zaal en de gevolgen van de mishandeling waren bij Jan Vogel 'twee uren daarna nog allermerkbaarst geweest'.
Den Haag verlangt een 'naauwkeurig onderzoek'. Er moet natuurlijk wel netjes omgegaan worden met de mensen die ze de stad uitgebonjourd hebben.

Directeur Visser kwijt zich van dat onderzoek. Hij gaat van Frederiksoord naar de Ommerschans en zoekt de kwestie tot op de bodem uit. De betrokken opzichter blijkt zelf een bedelaar, Pieter Kortvriend.
Hij is afkomstig uit Brussel, begin dertig en al bezig aan zijn tweede opname in het instituut. Pieter Kortvriend had zich na zijn eerste aankomst in oktober 1822 razensnel vrijgewerkt. Hij stond op de allereerst voordracht voor ontslag die op 14 februari 1824 door de Maatschappij van Weldadigheid naar het ministerie was gestuurd. Hij had toen een tegoed van 25 gulden 84 en een halve cent en de directie meldde over hem: ‘is oppassend’. Op 10 maart 1824 was de poort opengegaan en werd hij met 28 andere gelukkigen uitgezwaaid.

Maar na een half jaar is de 25 gulden op en wordt hij de schans weer binnengebracht. Toch heeft de Maatschappij blijkbaar wel vertrouwen in hem, want hij wordt benut als opziener. En een goeie, volgens het verslag van directeur Visser: 'de opzichter Pieter Kortvriend, is mij door onderscheidene kolonisten als zeer zagt en welwillend voor zijn onderhorige menschen opgegeven'.

Toch heeft hij Jan Vogel een lel gegeven. Dat wordt door niemand ontkend, Visser meldt 'dat aan Vogel een ongelukkige slag is toegebragt, die hem zware pijn heeft veroorzaakt'. Maar als hij 'den geslagene en den opziener' samen met nog een clubje bedelaars bij elkaar heeft geroepen en over het incident heeft ondervraagd, kan hij melden dat 'Vogel volgens zijne eigen verklaring, de bewuste slag als zonder opzet aan hem toegebragt beschouwd'.

Gelukkig maar, de lieve vrede is daarmee hersteld en aan Den Haag kan een geruststellend rapport geschreven worden.

Dit is een van de verhalen uit het boek over de Ommerschans, waarover Wil Schackmann op 12 maart komt vertellen tijdens de historische Nutslezing in de Lutherse Kerk. Iedereen is welkom voor een reis terug in de tijd, toen van verzorgingsstaat of participatiesamenleving nog geen sprake was. 

woensdag 26 februari 2014

Wie Weet Waar Etty Woonde? 3

Van 1918 tot 1924 woonde de familie Hillesum in Winschoten. De kinderen waren nog klein en de jongste, Mischa, werd in Winschoten geboren. In de Tweede Wereldoorlog schreef de oudste dochter, Etty, een dagboek dat jaren later wereldberoemd werd.

De meeste plaatsen, waar zij gewoond heeft, hebben een gedenkteken voor haar. Winschoten heeft dit nog niet. Het zou passend zijn om dit te plaatsen op of bij het huis waar ze gewoond heeft. Precies daarover bestond onduidelijkheid. Daarom ben ik het gaan onderzoeken. Na het archiefonderzoek werd het tijd om in de straat te gaan kijken.

Zoals ik al eerder heb verteld, is de Oranjestraat in fases gebouwd. De eerste huizen kwamen aan het begin van de straat, tegenover de toenmalige ULOschool, die later de Rijkskweekschool werd. Deze huizen kregen de nummers 1 tot 7. Ze staan op de oude foto en ook op de foto die ik vandaag heb gemaakt. De huizen ernaast zijn in 1918 gebouwd. In de gevelpunt van deze huizen hebben, zoals op de oude foto te zien is, lijnen gezeten. Op de foto van vandaag zien we dat nog  bij een paar huizen terug.
In het vorige blog over Etty's huis, schreef ik dat alle oneven nummers in 1918 werden gebouwd en daarbij nr 2 en 24. Bij nader inzien heb ik daarbij een leesfout gemaakt. Het waren de nummers 2 en 4, niet 2 en 24. Dat maakt het verhaal logisch. De huizen die al aan de even kant van de straat stonden, moesten natuurlijk ook een nummer hebben.

Zoals ik al schreef, kwam er in 1921 een huizenblok aan de even kant van de straat. Op nummer 2 kwam de familie Witkop te wonen. Dit is te zien op een detail van een foto van de straat
Vandaag trof ik op datzelfde huis twee huisnummers, 2 en 12: een stille verwijzing naar de kleine hernummering die het gevolg was van het afbreken van de school en het bouwen van 5 nieuwe huizen, de nummers 2 t/m 10. Als nummer 2 hernummerd is tot 12, dan is 26 vermoedelijk hernummerd tot 36.

Aan het eind van de straat staan de huizen met nummer 36 en 38. Het is een huis van hetzelfde type als de huizen die in 1918 aan de oneven kant van de straat zijn gebouwd. In het verhuurregister staat dat deze huizen inderdaad vanaf 1918 zijn verhuurd.

Jaap Meijer herinnerde zich dat de familie Hillesum op een hoek woonde. Dat zou het hoekhuis van de Oranjestraat kunnen zijn. Het kan ook dat hij zich dit herinnerde uit de tijd dat het huizenblok nr. 2 - 24 nog niet gebouwd was. Toen waren nummer 2 en 4 de enige huizen aan deze kant van de straat en daarmee vanzelfsprekend hoekhuizen. Het is ook mogelijk dat hij het zich als een hoekhuis herinnerde, doordat de Oranjestraat een bocht maakt en het huis gebouwd is net na de bocht.

Na mijn archiefonderzoek en mijn wandeling door de Oranjestraat kom ik tot de conclusie dat de familie Hillesum vanaf 1919 steeds in hetzelfde huis gewoond heeft. Dat dit huis in 1921 is hernummerd van 2 naar 26, waardoor deze beide adressen in de archieven zijn teruggevonden. En dat na de bouw van nummer 2 tot 10 opnieuw een hernummering is geweest, die van nummer 26, nummer 36 heeft gemaakt. 

Als we Etty, en hopelijk ook Mischa, willen herdenken, moet dat volgens mij bij dit huis. 

vrijdag 21 februari 2014

Mooie collecties op Internet 2

De komende tijd wil ik aandacht vragen voor mooie digitale collecties van het Oldambt.

Voor de tweede mooie collectie gaan we opnieuw naar facebook. Dit keer gaat het om Historisch Nijwol van verzamelaar H. van der Wal. Prachtige foto's en verhalen over Nieuwolda zoals het vroeger was. Van der Wal heeft jaren lang alles wat met Nieuwolda te maken heeft verzameld.

Te zien is, dat een deel van zijn foto's ook op de Groninger beeldbank staat. Hij vermeldt per foto onder welk nummer u moet zoeken. Die foto's kunnen worden nabesteld bij het Cultuurhistorisch Centrum Oldambt.

Vooral heel mooi zijn de foto's van oude auto's met nog een Groninger kenteken, beginnend met een A. Waarschijnlijk zijn deze foto's ook erg interessant voor de Groninger Archieven die een databank van kentekens bijhouden.

woensdag 19 februari 2014

Wie Weet Waar Etty Woonde? 2

Om een herdenkingsteken te kunnen plaatsen voor de beroemde dagboekschrijfster Etty Hillesum, zoek ik naar het huis waar zij in Winschoten gewoond heeft. In de vorige aflevering heb ik de vragen op tafel gelegd. Nu ga ik verder met het onderzoek.
Laten we eerst de familie Hillesum eens volgen door Winschoten. Levie, Riva, Etty en Jacob kwamen op 31 augustus aan vanuit Tiel, de vorige woonplaats van het gezin. De jongste broer, Mischa, zou in Winschoten geboren worden.

Het eerste huis van de familie was Engelselaan 43. 'Om de hoek' van de straat waar ze later zouden wonen. Levie Hillesum huurde dit huis van de gemeente Winschoten van 15 september 1918 tot 15 mei 1919. De jaarhuur van 540 gulden, in drie termijnen te voldoen. De maand mei was de gebruikelijke verhuismaand. Jaarhuren liepen vaak van mei tot mei.

Toen de familie Hillesum in Winschoten aan kwam, was de helft van de huizen in de Oranjestraat net klaar. De Oranjestraat was één van de bouwprojecten van de  Stichting Winschoter Woningbouw. De eerste vier huizen, met de nummers 1,3,5 & 7 waren vanaf 1917 verhuurd. In 1918 kwamen alle andere oneven nummers erbij: nummer 9 tot 27. Én er waren twee huizen met een even nummer: 2 en 24. In nummer 2 woonde vanaf september 1918 H. Haijkens en op nummer 24 J. Vlietstra. Dit huis werd ook aangeduid als muziekgebouw. De overige huizen met even nummers werden in 1920 opgeleverd. Uit het gemeentearchief blijkt dat er eerst een subsidie is aangevraagd bij het rijk om deze woningen te kunnen bouwen.

In het gemeentearchief wordt een register van verhuur van gemeentelijke eigendommen bewaard*. In dit register werden de huren van de Woningbouw bijgehouden. Eén pagina per woning waarop de huurder stond genoteerd en de periodieke betalingen werden bijgehouden. Bladerend door het boek zie je Winschoten groeien, huis na huis wordt ingeschreven, steeds op het moment als de eerste huur wordt betaald.

H. Haijkens vertrok in mei 1919 uit Oranjelaan 2 en dit huis werd vervolgens betrokken door familie Hillesum. Familie Vlietstra bleef wonen op nummer 24. Als de andere even huizen in de straat klaar zijn, worden zij ingeschreven in het verhuurregister. Daar verschijnt een nieuw huis met nummer 2, bewoond door familie Witkop, en ook een nieuw huis met nummer 24, waar de familie Ufkes in trekt.



In de inschrijving van het huis van de familie Hillesum is achter de 2 een 6 gezet en bij Vlietstra werd de 4 een 8, zodat dit huis vanaf dat moment 28 was. Er is dus een kleine hernummering geweest in de vroege ontwikkeling van de Oranjestraat. En naar alle waarschijnlijkheid hebben Etty en haar familie vanaf mei 1919 in hetzelfde huis gewoond, dat eerst nummer 2 en later nummer 26 was.

Dit is het verhaal van de administratie. Het is toch vreemd dat huizen die eerst nummer 2 en 24 hadden ineens buurhuizen blijken te zijn. Daar moet toch een reden voor zijn? En dan het verhaal van de Oranjestraat, zoals deze nu is. De nummering loopt tegenwoordig verder door dan nr. 28 en nummer 26 is onderdeel van het huizenblok dat in 1920 is gebouwd. Dat kan het huis van de familie Hillesum dus niet geweest zijn. In de volgende aflevering gaan we kijken of we in de straat zelf een antwoord kunnen vinden.

* Gemeentearchief Oldambt Archief gemeente Winschoten (1811-1929) inv.nr. 755

dinsdag 18 februari 2014

Mooie collecties op Internet

In de komende tijd wil ik aandacht vragen voor mooie collecties uit het Oldambt die via het Internet te zien zijn. Ik begin met de Vissersdijk History op Facebook. Binnen korte tijd werd ik er door vijf mensen op gewezen. Op de pagina staan oude stadsbeelden, krantenartikelen, buurtvereniging, ansichtkaarten, winkels en zelfs een afbeelding van een oude straatklinker! Inmiddels zijn er 1529 likes voor de pagina. Zeker de moeite waard om eens te gaan kijken.

vrijdag 14 februari 2014

14 februari 1914 - De tolweg door Nieuwolda

Het is een lange lijst namen op het verzoekschrift aan de gemeente. Bekende namen ook: Roelofs, Waalkens, Edens, Hamster, Heeres, Buiskool. De brief is opgesteld in het prachtige handschrift van Joh. E. Lindenbergh, dat wel vaker voorkomt in het archief van Nieuwolda. Deze brief gaat over de tolgelden. De ondergetekenden hebben gehoord dat de tolgelden opnieuw verpacht zullen worden. Dat zouden ze graag anders zien. Deze vorm van belasting heffen omslachtig en het belemmert het verkeer door het dorp.

Een ander nadeel is dat ingezetene die niet in de termen vallen om aangeslagen te worden in de gemeentebelasting, ook door deze tolle mede moeten helpen betalen indien zij gebruik moeten maken van paard en wagen voor turf, enz. te halen. En dat de verafwonende ingezetenen die per rijtuig zich naar het dorp of het station moeten begeven onaangenaam oponthoud hebben door het tol betalen.

Nieuwolda blijkt wat achter te lopen. Het rijk en de provincie hebben de tolheffing al afgeschaft. Reden daarvoor was de belemmering die de tol vormde voor landbouw, handel en nijverheid, zo schrijft Lindenbergh.

Het college bespreekt het verzoekschrift op 22 januari 1914, maar kan het niet eens worden. Wethouder Jager wil de tollen afschaffen, terwijl de burgemeester en wethouder Snater nog drie jaar willen doorgaan met de heffing. De meerderheid beslist en dus krijgt de gemeenteraad het advies om het verzoekschrift af te wijzen. Op 14 februari vergadert de gemeenteraad hierover en besluit dat het advies van het college niet zal worden gevolgd. De tollen moeten worden afgeschaft en wel met ingang van 1 mei.

Voor de bewoners van de tolhuizen, J. Hamhuis en H. Bouwman, moet dat een schok geweest zijn. Ze zouden per 1 mei, en dat is toch al snel, hun huis uit moeten. Ze vragen daarom aan de gemeente of ze niet nog een jaar in het huis mogen blijven wonen en bieden een huur van honderd gulden. Dat mag.

Daarmee zijn nog niet alle problemen opgelost. De tollen brachten geld in het laatje. Dat moet nu op een andere manier verdiend worden. De gemeente heeft gekozen voor het verhogen van de hoofdelijke omslag. Het duurt even voordat het allemaal rond is. Uiteindelijk kan op 26 september het nieuwe kohier worden vastgesteld.

Het verhaal is bijna af, want moet er met de tolbomen? Honderd jaar geleden waren de mensen zuiniger met grondstoffen dan wij. Er zijn belangstellenden voor de tolbomen. Dus worden ze verkocht en verwijderd. De Nieuwolder tol is geschiedenis.

donderdag 13 februari 2014

Wie Weet Waar Etty Woonde?

Op 15 januari was het 100 jaar geleden dat Etty Hillesum in Middelburg geboren werd. Toen zij vier jaar oud was, werd haar vader Levie conrector van het Winschoter Gymnasium. Met haar ouders en broers woonde zij vanaf 1918 in Winschoten aan de Oranjestraat. In 1924 vertrok het gezin naar Deventer en vanaf haar studietijd woonde Etty in Amsterdam. In de Tweede Wereldoorlog schreef Etty daar gedurende twee jaar een dagboek, waarin zij probeerde in het reine te komen met haar eigen 'verstopte ziel' en het lot van haar volk, de Joden.

Voor Hennie Niemeijer van bibliotheek Oldambt en mij was dat een aanleiding om één van onze historisch-literaire lezingen te wijden aan Etty. Spreekster Janny van der Molen houdt zich al jaren bezig met het werk van Etty Hillesum. Ze heeft diverse publicaties over haar op haar naam staan en haar nieuwste boek maakt Etty's gedachtegoed ook toegankelijk voor jongeren vanaf 16 jaar. De maand van de spiritualiteit was een prima gelegenheid om bij onze plaatsgenote stil te staan.

Tijdens haar lezing op 6 februari vertelde Janny dat in Middelburg en in Deventer veel aandacht is voor Etty. In Winschoten is er niets. Dat kan toch eigenlijk niet. Al eerder had Janny de vraag bij me neergelegd waar Etty dan precies woonde.Als we dat weten, kunnen we misschien en gedenkteken op haar huis laten aanbrengen.

In de archieven zijn drie verschillende adressen en te vinden, Engelselaan 43, Oranjestraat 2 en Oranjestraat 26. Dan zou je denken dat de familie drie keer is verhuisd en dat we het gedenkteken plaatsen op het huis waar ze het langst heeft gewoond: Oranjestraat 26. Maar dan is er nog Jaap Meijer (Saul van Messel) die zich herinnert dat de familie Hillesum op een hoek woonde en nummer 26 is middenin een rijtje. Bedoelde hij nummer 2? Het is aannemelijk dat dat een hoekhuis was. Nummer 2 is nu een modern huis. Zo aan de buitenkant te zien, gebouwd in de jaren negentig van de vorige eeuw. Het kan ook zijn dat er een hernummering is geweest en dat wat nu hoekhuis nummer 30 is, oorspronkelijk 26 was. De gemeente Oldambt heeft geen duidelijke hernummeringsgegevens. Dit vraagt dus om een onderzoek in andere bronnen.

We zullen in de geschiedenis van de Oranjestraat en bewoners moeten duiken om het huis van de familie Hillesum te vinden. In de komende weken zal ik verslag doen van het onderzoek. Alvast veel dank aan Els Boon en Han Lettink voor hun geweldige basisonderzoek en aan de heer Oldenziel en Jalink voor hun hulp tot nu toe.

vrijdag 24 januari 2014

Epko Vroom - 2

Een tijd geleden vertelde ik een verhaal over Epko Vroom. Naar aanleiding daarvan stuurde zijn neef mij dit verhaal over de jaren vijftig bij oom Epko. 

Meulnloane op n zummerse dag
Meulnloane! Wat herinner ik mie doar nog van. As lutje jong kwam ik
doar wel ais bie mien tante Zwoantje. Dij loane begon noast heur hoes
en laip den mit n boge der veur langs en dook den k wait nait hou wied
t laand in. Nog altied as ik kemille roek, den zai ik dij laange loane van
grieze bórsten klaai, stainhaard en deurnaaid mit swientjegras, kemille,
kloaver en peerdebloumen veur mie. Hier en doar langs de kaante n
stovvege graauwe klarebos.

Veur de laange riege aarbaidershoeskes van rode bakstain mit heur
helderwitte kezientjes en windveren, was t n feest van gruinte en kleur
op de lapkes grond. Bonen, eerdappels, mousplanten, robaiten, praai,
siepels, boeskool, stokbomen, waalskebonen, alles gruide doar meroa-
kels op dij gaaile klaaigrond. Hier en doar n hoageldoornhege, wat bulterg
knipt en boven t laand t getierelier van doezend laiwerkes, nait te zain,
mor wel te heuren.

Verspraaid waren doar manlu aan t schovveln en aan t waiden. Vraauwlu
zöchten zok wat gruinte bienander, veur t eten. t Was aal geur en kleur, zo
wied as men zain kon. Zo lag de Meulnloane der bie op n zummerse dag.
Aal dij hoeskes stonden mit de kont noar n klinkerwegje tou. t Was asof
niks mit dat klinkerwegje te moaken hebben wollen. En woar t doan was
mit de hoezen, was t ook òflopen mit dat wegje. Hailemoal aan t ende
woonden mien oom Haarm en tante Trientje en haalverwegens woonden
"zai in t midden",  oom Hinderk mit 'pruse"  tante Gepke, zoas tante
Zwoantje heur schoonzuster nuimde. Noast mien tante woonden Folgert
en Detje, bruier en zuster, mit heur mizzenk hail trankiel stoef aan de
stroate. Detje, dij zo gek was op sokkeloa. Toun ze n keer opereerd worden
moa, was ze van binnen hailemoal massief van sokkeloa west. Volgens
tante Zwoantje den.

Tegenover, of aiglieks dus , achter mien tante, ston t krudenierswinkeltje
van Roele en Eggo, mit nog zo'n kopern bèlle aan de deure en mit n holten
teunbaanke mit n mooie weegschoale der op. Ik heur Roele nog zeggen:
"Wat mout t wezen mien jong?"

Soms zee tante tegen mie:"Goa mor ais kieken of hai der al aan komt."
Den gaf ze mie n blikken teneelkiekertje en doar keek ik de de Meuln-
loane mit òf. Dij "hai", was heur bruier Epko, dij wied vot op de wiede
baute woonde. Zien hoeske lag doar mouderziel allain wegdoken in de
trillende wiedte. As n schip, òfmeerd aan twij bomen, de ainegsten in
de verre omtrek , in n glène   zee van witgele waite. En in dij wirrelnde
hette mouk zok den n figuurtje lös. Dat was "hai".

Körte bainen in n onveurstelboar olle boksem en mit n poar grote stevels
aan. n Flodderg voal jaske aan en mit n pette op zien braide kop. Aan n
zele over zien scholder droug hai n matte. Dat was oom Epko, dij bie zien
zuster eten ging. Doarveur haar zai mie al noar Roele stuurd veur n puutje
kaauwtebak en n roltje king.

"Dat most hom geven en ook even vroagen hou of t mit zien bain is hör".
Dat dee ik, en den ging oom Epko eten. Zien linker aarm om zien teller
sloagen en mit n vörke mit iezelk schaarpe òfsleten tanden, schoof e
n baarg eerdappels mit n poar glidderge lappen kookde spek   noar
binnen.  Tante Zwoantje kon hailemóál nait koken. Mor oom Epko was
n roege eter. As e t eten op haar, ging e noar t gemak en tante Zwoantje
knovvelde den mit heur remetiekege handen kolle eerdappels en wat
hompstokken brood in n buzze oert zien matte.

"Zo, ik heb die weer wat vreten veur de katten en brood veur de segen
en knienen in dien matte doan."

"Most hom nog n poar cent geven hör," zee oom Epko den. En den ging
e de loane weer op, trogge noar zien ainzoam bestoan wied in t veld.
Zien hoeske is al joaren leden òfbroken en op dij stee persies staait nou
n weerstoatsion aan t ende van de Hoamer en Sikkelloane. Nou rieden
we der enkeld wel ais n moal langs en den holden we even ho en zuiken
doar noar tegel- en potschaarven en soms vinden we nog n knope van
zien hemd. Nou kennen we doar rusteg rondschoemen. Mor toun hai nog
leefde, wol e gain mens in zien buurt hebben. Mien zuskes binnen n moal
stiltjes de Meulnloane tot aan d' Ol Weg òflopen. Toun ze zo'n viefteg
meter van zien hoes òf waren, kwam e veurdeure.

"Dag oom Epko!' raipen ze n beetje baange.
"Woar binnen ie van!?"
"Van joen bruier Marinus!"
"O ..... Mor k wil joe hier nait hebben! Gaauw weer noar hoes tou!"
Tja ... Meulnloane in d' Hörn. Woar is t aal bleven. t Ligt aal op t kerkhof.
En d' Hörn is d'ol Hörn nait meer. Veul hoeskes binnen vot of vernaild
deur lu oet aandere streken, dij t hier wel eefkes fiksen zollen. Mor
d' herinnerns oet mien jeugd dij binnen der nog. En doar bin k slim
bliede om.

W. Vroom