woensdag 2 juli 2014

Eerste Wereldoorlog

Dit jaar wordt op allerlei manieren herdacht dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Op 28 juni 1914 schoot Gavrilo Pricip de Habsburgse troonopvolger Franz Ferdinand en zijn vrouw dood. Dat was het begin van de oorlog die in veel landen als de grootste te boek staat. Nederland bleef neutraal. Dat was niet helemaal netjes, omdat er een verdrag was met België. Na de oorlog heeft België dit willen verhalen op Nederland door Zeeuws Vlaanderen op te eisen. Nederland kocht het af met een belofte om een kanaal te graven, dat er waarschijnlijk ooit zal komen. Wie weet....

In het Scheemder gemeentehuis
Wat betekende de oorlog in het Oldambt?
Om daar een beeld van te krijgen, nam ik de correspondentie uit 1914 van de gemeente Scheemda. Het verhaal van Berend Hoogerman vertelde ik al. Maar wat is er nog meer? Dit viel me op.....

In juni stuurde de provincie Groningen een heel aantal verklaringen dat opgeroepen soldaten voor de lichting van 1915 op een andere plek dan is Scheemda hun keuring konden laten doen. Het had er vaak mee te maken dat ze elders woonden of onderweg waren.

Op 30 juli krijgt de burgemeester een brief van de Chef van de Generale staf. Hij verwijst naar de geheime brief uit 1903 (!). De chef meldt dat hij een telegram zal sturen met de tekst: oorlogspostduivendienst treedt in werking' en dat dan de eerste alinea van de geheime brief in werking treedt. Een dag later komt het telegram, maar er staat meer tekst in. Het ontvangkantoor moet gevraagd worden om het betreffende gedeelte der strook onmiddellijk te vernietigen. Het maakt me nieuwsgierig naar de geheime brief.

Op 1 augustus wordt een overzicht opgemaakt van alle paarden die in de gemeente beschikbaar zijn voor het leger. De vorderingen zijn begonnen, Nederland wordt in staat van paraatheid gebracht. In Scheemda worden 38 paarden gevonden met een totale waarde van 23025 gulden. Twee maanden later schrijft de burgemeester op verzoek aan de Directeur van het Remontewezen dat er echt geen paarden zijn achtergehouden.

In september laat de burgemeester weten dat de mobilisatie van de gemeente Scheemda geen enkel probleem heeft opgeleverd. En in dezelfde maand worden de verzoeken om vrijstelling van dienst afgehandeld. H. Keizer, bijvoorbeeld, wil bij zijn moeder blijven. Hij is kostwinner voor haar. Misschien zou hij wel vrijstelling hebben gekregen als er geen oorlogsdreiging was. Wie zal het zeggen. Dat kostwinnerschap is natuurlijk een probleem voor veel meer gezinnen. Daarom komt er een bericht van het Ministerie van Oorlog waarin de richtlijnen worden gegeven voor de vergoedingen. Dat niet iedereen daar even tevreden mee was blijkt uit een brief van 10 december.

De Commissie van advies, bestaande uit bestuurders van 12 werkliedenorganisaties te Scheemda een verzoek aan de gemeente om een steuncomité op te richten voor de gezinnen van hen die 'onder de wapenen zijn geroepen'. De vergoedingen die werden uitbetaald waren te laag in verhouding tot het loon dat de kostwinners, die nu soldaat waren, verdienden.  Het besluit van de gemeente is verrassend. De tekst is achterop de brief getypt, maar een deel daarvan is aangepast. Er stond: Inzake een verhooging der vergoeding aan de gezinnen die onder de wapenen zijn geroepen is door de vereeniging van Burgemeesters besloten daarop niet in te gaan. En in de verbeterde tekst staat dat er voorlopig geen beslissing is te verwachten. Het lijkt er op dat de verandering van de hand van de burgemeester zelf is.

De NV Zwaan en de Wiljes krijgt diverse vergunningen om peulvruchten uit te voeren. Het lijkt me voor de hand liggen dat dit met de oorlog te maken heeft. Zeker weten doe ik het niet. Hier kom ik nog op terug.

En terwijl dit allemaal voorbij komt in het gemeentehuis, gaat het leven redelijk onverstoorbaar verder. Er worden stenen gekocht voor de wegen en cokes voor de gemeentelijke gebouwen. Onderwijzers komen en gaan en de gemeente krijgt een nieuwe wegarbeider. Café's vragen om vergunning voor het schenken van sterke drank. En de werkzaamheden van het electrisch bedrijf gaan rustig verder, ook ondanks klachten van burgers die niet worden aangesloten. Er worden commissieleden benoemd, die wel of niet hun positie aanvaarden.

Terwijl ik de correspondentie bekijk, dwalen de vragen door mijn hoofd. Hoe ging dit allemaal verder? Hoe was het in andere gemeenten? Hoe zit het met de geheime brief? En had de vergunning van Zwaan en de Wiljes met de oorlog te maken? Die vragen kan ik gaan beantwoorden. Welke vraag hebt u, heb jij na het lezen van dit verhaal? Dit kun je me laten weten door een reactie achter te laten onder de tekst. Klik op de link naar de opmerkingen en dan krijg je een scherm om je reactie in te typen. Je kunt ook een mail sturen naar chcoldambt@gmail.com. Uit de reacties kies ik het onderwerp dat het meest wordt genoemd en daar zal ik verder onderzoek naar doen. Ik ben benieuwd. Andere vragen zijn natuurlijk ook welkom.


1 opmerking:

Harry Perton zei

Ben zelf bezig geweest met een paar dossiers van de gemeente Finsterwolde uit die tijd, waarin ik mijn grootvader inderdaad terugvond:
http://groninganus.wordpress.com/2013/11/22/de-schrik-der-smokkelaars-mijn-opa-aan-de-grens-in-14-18/
In diezelfde dossiers zat ook een verwijzing naar de geheime brief, die in de handboeken over Nederland en WOI vast terug te vinden is.
Ook in het GA Finsterwolde zit zo'n lijst met paarden. Daar waren het er heel wat meer, meen ik me te herinneren. Interessant zou zijn die lijstjes eens naast elkaar te leggen. Boeren en middenstanders met rijtuigen en wagens hadden paarden, arbeiders en kleine ambachtslui hadden ze niet of nauwelijks. Mijn overgrootvader, een arbeiderszoon, kwam als remplaçant bij de huzaren terecht en herinnerde zich later die periode met heel veel genoegen, juist door de dagelijkse omgang met paarden, die hem wellicht ook status verschafte.
Nog in het GA Finsterwolde: een beknopt lijstje met motorvoertuigen - er waren in 1915 nog geen auto's maar wel een handvol motoren. Deze lijstjes vormen een mooie momentopname van hoe het gesteld was met de motorisering.