donderdag 21 januari 2010

Armenzorg 2: Maria Rozeboom

De achtjarige Maria Rozeboom woonde in het armenhuis in Bellingwolde. Ze was daar zonder ouders of andere familie. Maria was een buitenechtelijk kind. Ze was nooit erkend door haar vader. Haar moeder, Klazien Rozeboom, was inmiddels getrouwd met Johan Conraad de Beer. Zij werkte in Beerta bij de landbouwer Rotgert Joling. Omdat Maria in Beerta geboren was, bracht het armbestuur die gemeente op de hoogte van haar verblijf in het armenhuis. Zij moesten voor Maria gaan betalen. Een korte zoektocht op Alle Groningers toont dat Maria twee halfbroers en een halfzusje had toen ze in het armenhuis terecht kwam. Werd ze teveel voor Johan Conraad en Klazien? Was het tijdelijk? En waarom dan naar Bellingwolde? Wie zal het zeggen. Maria trouwde jaren later met Benjamin Lameijer uit Beerta. Wellicht is ze toch weer naar huis gekomen. Wordt vervolgd.

vrijdag 15 januari 2010

Armenzorg 1: Totale verstandsverbijstering

Het onderzoek voor Teleac is klaar. Volgende week zijn de opnames. Ik heb de archiefstukken op mijn bureau liggen. Het stuk dat mij het meest intrigeert is het 'missivenboek voor het armwezen' in Bellingwolde van 1867 tot 1872. Het zijn afschriften van brieven van het Burgerlijk Armbestuur.

De brieven die het armbestuur schreef gingen over het terugvorderen van uitkeringen en declaraties van andere gemeenten. De Armenwet van 1854 schreef namelijk voor dat de geboortegemeente verantwoordelijk was voor het onderhoud van iemand die armlastig werd. Daar zaten nog allerlei clausules omheen die te complex zijn om in een korte blogtekst toe te lichten. Dit was de kern. De geboorteplaats is de 'domicilie van onderstand'.

De brieven bevatten soms informatie over de leefomstandigheden van de armen, of van de redenen waarom ze tot armoede zijn vervallen. Het zijn trieste verhalen. In de komende blogs zal ik er een paar vertellen. Ik zal beginnen met het verhaal van Lammert Klaassens de Jonge:

'Bellingwolde, den 9 Junij 1869
Aan de burgemeester van Oude Pekela
De persoon van Lammert Klaassens de Jonge, die geb. is in uwe gemeente in 1819, is lijdend aan eene totale verstandsverbijstering en zeer gevaarlijk wordt, zoodanig dat hij sedert zondag jl. streng bewaakt moet worden om ongelukken te voorkomen'.

Lammert is geboren in Oude Pekela. Daar is dus zijn domicilie van onderstand. De burgemeester van Bellingwedde, L. Kars, brengt zijn collega in Oude Pekela op de hoogte van de situatie. Er zal een verzoek gaan naar de officier van justitie om Lammert op te laten nemen in een krankzinnigengesticht.
Een dag later gaat er een brief naar de officier in Winschoten. Daaruit blijkt dit: Lammerts vrouw Geertruida heeft gevraagd om de opname. Volgens deze brief lijdt Lammert aan periodieke razernij. Bij deze aanval wordt hij bewaakt. Geertruida zal het een en ander gevoeld hebben van eerdere aanvallen.
Ook gaat er een brief naar Gedeputeerde Staten. Zij moeten namelijk beslissen waar Lammert moet worden geplaatst.

Een paar dagen later komt het besluit: Lammert moet voorlopig naar het geneeskundig krankzinnigengesticht in Delft. Burgemeester Kars schrijft naar Oude Pekela om te weten te komen hoe het vervoer geregeld wordt. Hij sluit af met de volgende zin: Wat verder het verzoek van uwe missieve aangaat, om de achtergelatene vrouw en kind niet dadelijk in onderstand op te nemen, zullen wij voldoen.

Geertruida moet zich maar redden. Dat doet ze kennelijk, want ze komt niet meer voor in de brieven.

donderdag 14 januari 2010

Winschoter oudheden


Het wordt zo langzaamaan vol en niet alleen ín het CHC. Eerst stond er één vitrine in de gang. Daarin toonde ik de nieuwste aanwinsten. Nu staan er drie vitrines en is de mijne naar binnen verhuisd. En dat is het gevolg van de herindeling.

De 'nieuwe' vitrines stonden in het gemeentehuis van de voormalige gemeente Winschoten, nu één van de gemeentehuizen van gemeente Oldambt. Waar de vitrines stonden zijn nu banken gemaakt voor de wachtenden van een klantencentrum dat nu alle Oldambtsters moet bedienen. Er was geen plaats meer.

De stichting Oud Winschoten is de eigenaar van de vitrines en van de inhoud. Jarenlang toonden zij hun mooiste objecten de hal van het gemeentehuis. Een aantal tinnen voorwerpen en veel zilver, van de vele zilversmeden die Winschoten gekend heeft. De objecten zijn te mooi om in een doos op zolder te staan. Nu hebben ze een nieuw plaats bij de ingang van het CHC. Het is prachtig om langs dat mooie zilver mijn werkdagen te beginnen.

Jacob kwam vanmiddag vragen of ik tevreden was over de opstelling. De vitrines zijn neergezet in mijn vakantie, vandaar. Hij kondigde ook aan dat het een wisseltentoonstelling wordt. Ik vind het prima. Hoe meer hoe beter.

maandag 21 december 2009

Vakantie

De laatste weken van het jaar heb ik vakantie. Vanmiddag doe ik de deuren van het CHC achter mij dicht. In mijn tas heb ik nog wat papieren die ik komende dagen eens rustig ga bekijken. Veel is het niet, want er zijn andere dingen die mijn aandacht vragen. Het kerstdiner, een tentoonstelling in Apeldoorn, en één in Amsterdam en een paar boeken en films. Begin januari meld ik mij wel weer. Ik wens iedereen een mooie, vredige periode toe.

Op één van de kerstkaarten die ik heb ontvangen stond de volgende tekst:
Tomorrow is a mystery.
Today is a gift,
that's why we call it the Present.

Geniet van alle mooie momenten!

vrijdag 11 december 2009

Moi!

De kerk in Nieuw Scheemda. Het is kwart voor vijf. Het is bijna donker. Bij het mooie hek staan twee vuurkorven. Tussen de grafstenen loop ik naar de deur. In het kleine halletje staan mensen geanimeerd te praten. Langs hen heen gekomen loop ik bijna tegen een dienblad met drankjes op. Even verder krijg ik een schaal met mooie kleine hapjes voor mijn neus. De kaarsen in de kroonluchters branden en bij de preekstoel is de kerk helder verlicht. Het is tijd voor de presentatie van 'Moi', het boek van Cees Stolk voor de inwoners van de nieuwe gemeente Oldambt.

Ik heb al even in het boek gebladerd vorige week. Elles liet het me zien, heel even en onder strikte geheimhouding. De stukken over de geschiedenis had ik al gelezen. De fotospeurtocht, waarover ik een tijd geleden schreef, was voor dit boek. Het is kleurrijk, afwisselend en mooi geschreven.

Cees heeft het boek niet alleen mooi geschreven, hij had vanmiddag ook een prachtige toespraak. Terwijl ik naar hem zat te luisteren dacht ik: 'Wat is Nederlands toch een mooie taal in de handen van iemand die weet hoe hij er mee om moet gaan.' Cees tekende het Oldambt met woorden zoals Monet het met een penseel zou hebben gedaan. Dat kan niet iedereen.

Binnenkort ligt het boek bij iedere Oldambtster familie op de deurmat. In het boek zit een DVD met een film die Anton Tiktak gemaakt heeft in opdracht van Stichting Landschap Oldambt. Ik ben benieuwd wat de mensen zullen vinden van dit startschot.

woensdag 2 december 2009

Doorgeefluik

In het vorige bericht vertelde ik over één van de doelstellingen van het CHC, de digitalisering. Dat is natuurlijk niet alles. Een andere opdracht die ik heb is het vormen van een netwerk. Dat lijkt abstracter dan het is. Voor mij was het dat in het begin ook. Nu niet meer.

Netwerken heeft niet voor iedereen een positieve klank, maar dit is de mooie variant. Het is de bedoeling dat ik mensen met elkaar in contact breng. Dat gaat dan op basis van cultuurhistorische ontwikkelingen. Hoe meer mensen met elkaar in contact komen, hoe mooier de dingen die we kunnen organiseren. Misschien dat een paar voorbeelden het wat duidelijker maken.

Tsjerkje en ik kennen elkaar van een project in 2008: 'verhoalen van vrouger van vrouwlu'. Dit waren interviews met 6 vrouwen uit Beerta die we op film hebben gezet. Delen van de films werden verwerkt in een voorstelling, die in april 2008 is gehouden en in november is herhaald. Tsjerkje heeft een brede historische belangstelling. Ze kwam bij me omdat ze iets wil organiseren over de Blauwe Schuit. Landelijk is deze 'verzetsgroep' bekender dan in Winschoten, waar ze zaten. We hebben eerst gepraat met een theatermaker om te kijken of we met hem iets moois konden bedenken. Dat lukte niet. Nu heb ik Tsjerkje in contact gebracht met twee andere belangstellenden. Volgende week zitten we bij elkaar om een plan te maken voor een presentatie in mei 2010.

Vorige week woensdag kreeg ik een telefoontje van het ministerie van VWS. Zij hebben een project: de oorlog in blik. Dat houdt in dat ze op zoek zijn naar films van de Tweede Wereldoorlog. Ze bellen mij om te vragen wat ik weet. Nou heb ik zelf geen films, behalve die van de interviews die ik gehouden heb. Ik weet wel dat er andere organisaties zijn die films hebben. Of ze over de oorlog gaan weet ik niet. Dat is ook niet nodig. Ik ken de mensen die films hebben en kan het ministerie dus doorverwijzen: historische verenigingen, het Winschoter Stadsjournaal en de gemeentearchieven. Daarna vindt ieder zijn / haar weg wel weer.

Een ander verzoek kwam van Teleac. Ze willen een programma maken over de voorouders van bekende Nederlanders. Een van hen heeft zijn wortels in Bellingwolde en omstreken. In het programma moeten zo veel mogelijk beelden te zien zijn van het leven van de voorouders van deze BN-er. Dit is een lastige vraag. De archieven van de gemeente Bellingwedde, waar we de stukken uit moeten hebben, is niet geinventariseerd. Dat betekent dat we (de archiefmedewerkster Nelleke en ik) wat meer tijd nodig hebben voor het onderzoek. Niet dat dat uit maakt. Een kans om de regio op de landelijke televisie te krijgen laat ik natuurlijk niet schieten.

Het is mijn bedoeling dat er zo veel mogelijk lijnen gaan lopen via het CHC. Dat dat een verzamelpunt wordt van informatie over archieven, activiteiten en belangstelling. Dat mensen elkaar daar tegenkomen op gemeenschappelijke belangstelling. Want wat is er nu mooier dan dat ze kunnen zeggen dat ze elkaar kennen via het CHC?

Feestje in Midwolda

Wat een goed gevoel was het. Eén van de belangrijkste doelstellingen van het CHC is gerealiseerd. De eerste serie gescande archiefstukken staat op Internet. Bij de eerste gedachten over een cultuurhistorisch centrum in het Oldambt (járen geleden) was digitalisering direct in beeld. Je kunt dienstverlening uit de archieven verbeteren zonder grote uitgaven voor een aparte archiefdienst. En: met Internet bereik je meer en andere mensen dan in een studiezaal.
Dat was dus het onderwerp van afgelopen vrijdagmiddag.

In de mooie boerderij Hermans Dijkstra gaf de voorzitter Gerard van den Broek de aftrap. Hij vergeleek het op Internet plaatsten van archiefstukken met het uitdelen van goud ('erfgoud', goud is goed in het Gronings, voor wie dat niet weet). Internet biedt het grote voordeel dat je informatie kunt blijven uitdelen. Het archief van Sarfat, zou ik er heel bijbels aan toe willen voegen.

Jona van Keulen legde uit wat we allemaal doen in het Groninger archievenland. Het was een parade van websites, cursussen en historisch getinte activiteiten. Mijn inspanningen en de samenwerking van de afgelopen twee jaar in optocht op het podium. Dat stemt wel tevreden, moet ik zeggen. Namens de Groninger Archieven kreeg ik nog een cadeautje. Ik kan bij hen een meter archief gratis laten scannen. Ik denk dat ik iets van een Burgelijke Armbestuur laat scannen.

Yola de Lusenet vertelde over de laatste ontwikkelingen; over web 2.0. Ik had al eerder geboeid naar haar zitten luisteren. Nu deed ik dat samen met de hele zaal. Vooral de bijdrage die gebruikers van de sites kunnen leveren heeft me weer aan het denken gezet. Bij de beeldbank kunnen mensen al commentaar geven. Bij de archieven nog niet. Daar moet nog maar eens iets aan gebeuren.

Namens De Ree Archiefsystemen kreeg ik ook nog een cadeau. Een schitterend boek vol oude kaarten van Groningen. Dat is weer een mooie aanvulling voor de boekencollectie.

Eén klein minpuntje had mooie middag nog wel: ik heb in mijn eigen verhaal alleen over de stukken kunnen vertellen. Ik had ze natuurlijk graag willen laten zien. De verbinding met Internet liet het afweten. Slechte beurt voor Vodafone. Maar ach! Dat kon de pret niet meer drukken. Feest is feest.