woensdag 11 januari 2012

Hovinga opent het nieuwe jaar

Oldambt
bin 'k heer
'k Vroag nait minder
'k Vroag nait meer

Oldambt:
mien volk
mien laand
mien heert
miet lot:
wi'k nait vot.

En in 't lest,
bin ik west:
in dien schoot
in de dood,
rust ik.
Dat wi'k:
Oldamt.

woensdag 14 december 2011

Landbouwindustrie

Drie bijeenkomsten waren het: over suiker, aardappelmeel en (stro)karton. Drie keer een vergelijking tussen het oude en het nieuwe productieproces. Zo had ik het bedacht. Museumbezoek, oude bedrijfsfilms en dan in de moderne fabriek kijken. Dan zou wel duidelijk worden hoe snel ontwikkelingen gaan. Dat klopt, maar er was ook meer.


Filmzaal in het Veenkoloniaal Museum

De fabrieken hebben op allerlei manieren invloed gehad op de aanleverbedrijven. Alle bedrijfsfilms tonen hoe belangrijk het aan het begin van de 20e eeuw werd om te besparen op arbeidskracht. Eerst zien we mensen op hun knieen door het land kruipen om onkruid te wieden. Wat moet dat zwaar geweest zijn, dan zien we eenvoudige machines en het eindigt met halve fabrieken die over het land rijden in oogsttijd. Tijdens de suikerfilm vertelt een van de aanwezigen dat hij als student nog bieten gestoken heeft. Als het loof naar dezelfde kant en dan in één keer afhakken.

Een trotse W.A. Scholten. Hij begon als winkeljongen en bij zijn overlijden (1890) had hij een vermogen van 392 miljoen. De Groninger droom

Binnen de fabriek is de computer niet meer weg te denken.... en in de plaats gekomen van arbeiders die vroeger heel belangrijk waren. Waar vroeger 10 arbeiders waren, zijn er nu nog drie. De verbetering van het proces gaat altijd door. En, tot mijn verrassing, processen komen terug. Hendrik Hachmer van het Veenkoloniaal Museum vertelde in zijn verhaal over de industrieel W.A. Scholten dat al in de jaren 20 kunststof (en dan biologisch afbreekbaar) kon worden gemaakt van aardappelmeel. Het museum heeft nog een paar objecten in bezit. De aardappelmeel heeft het afgelegd tegen de lobby van de petrochemische industrie. Jammer, maar wie weet is de tijd nu rijp.


Allemaal gemaakt met aardappelmeel


Van de laatste bijeenkomst schreef een van de deelnemers een verslag:

Op 9 december 2011 heb ik deelgenomen aan excursie onderdeel 3, strokarton, van het C.H.C. Oldambt. Vanaf het Veenkoloniaal Museum Veendam vertrokken we met Oldtimer bus Elleke, van het Nationaal Busmuseum, richting Bad Nieuweschans. Geen bus vol want de fabriek kon maximaal 16 bezoekers ontvangen. Heel logisch gezien de veiligheidseisen.

De bus van het Nationaal Busmuseum

We werden hartelijk ontvangen in “Het Slingerland” (de vergaderzaal genoemd naar de eerste, niet landbouwer zijnde, directeur) door Plant Manager Wim Bos en de ploegleiders Stoffer Boer en Wim Dreijer. Na een voorstel rondje werd een aantal dia’s getoond van het productie proces.


Smurfit Kappa Solid Board, producent en leverancier van massief karton voor de grafische markt, foodverpakkingen en voor speciale toepassingen, produceert grijskarton in vellen en op rollen voor de kartonnagebedrijven. Het concern telt vier divisies en heeft wereldwijd een omzet van 7 miljard Euro met ruim 40.000 werknemers.De divisie Solid Board heeft 5 locaties t.w. in Bad Nieuweschans, Coevorden, Oude Pekela, Hoogkerk en Wrexen (Duitsland). Van deze divisie bedraagt de productie 550.000 ton karton op jaarbasis. De productie in Bad Nieuweschans bedraagt ca. 160.000 ton per jaar.


Sinds 1976 bestaat de grondstof alleen uit oud papier zoals karton, kranten, archief enz. waarvan in een wisselende samenstelling grijskarton wordt gemaakt. Een bakje koffie en een koek zorgden er voor dat we fris konden beginnen aan een excursie door de fabriek. Aangekleed in oranje jas, met helm, veiligheidsschoenen en oordopjes gingen we opgesplitst in 3 groepen eerst naar de dit jaar in gebruik genomen energiecentrale (een warmte krachtkoppeling op gas) die het totale bedrijf van energie en stoom voorziet. De waterzuivering er naast zorgt tegenwoordig voor een gesloten circuit zodat er nauwelijks water geloosd wordt op de Westerwoldse Aa.
Kolkend oud papier

In de grote opslaghal van de grondstof oud papier, los en in balen, zien we hoe, in de voorbereiding, het oud papier in een grote kuip met water met geweld wordt gemalen en daarna wordt geschoond van allerlei rotzooi zoals draad, plastic, nietjes en ander vuil.Vanuit een voorraad kuip wordt deze geschoonde pulp via zeven rondzeven op de 335 cm. brede machine gebracht, elke rondzeef brengt één laagje stof aan.


Via het satineerwerk en droogcilinders wordt veel water aan de stof onttrokken. Onderweg kan het karton worden voorzien van plakpapier in diverse kleuren. Aan het eind van de machine bevat het karton nog ca. 8% vocht. Dan worden de formaten ingesteld en wordt het karton volledig geautomatiseerd door een snijsectie in vellen gesneden op alle bedenkbare maten. Aan het eind van de machine kan ook overgeschakeld worden i.p.v. vellen, op rollen karton, die dan via een omrolmachine klankhard worden omgewikkeld. Tenslotte wordt in de nabewerking het karton op pallets gewogen en in plastic verpakt. En gaat het via een ondergronds transportsysteem naar de expeditiehal die aan de andere kant van de straat ligt.

Terug in “Het Slingerland” pellen we ons uit en bedanken we de rondleiders voor de uitstekende uitleg en gaan wij terug naar de basis in Veendam. Terug in het Veenkoloniaal Museum krijgen we een kleurenfilm uit 1974 te zien over de fabricage van strokarton bij “De Kroon” in Oude Pekela en kunnen we in de tentoonstellingszaal de daar opgestelde mini productiebaan bekijken.


Zeer interessesant omdat je op deze manier heel duidelijk het verschil in productieproces kunt zien tussen de fabricage van karton van stro en oud papier.

Al met al een interessante excursie voor jong en oud. Heel bijzonder, zeker voor een oud werknemer, als je nooit meer in de fabriek bent geweest. Het C.H.C., met name Marianne Kruijswijk, bedankt dat ze dit mogelijk heeft gemaakt. Ik hoop dat de fabriek het ook mooi vond en dat ze hun best willen doen dit vaker mogelijk te maken.De belangstelling uit Bad Nieuweschans is er zeker.


Een deelnemer.

Met dank aan Leader, Provincie Groningen, Gemeente Oldambt, het Prins Bernard Cultuurfonds en het Scholten Kammingafonds, die samen we Maand van de Toekomst mogelijk maakten.

Marianne



donderdag 1 december 2011

Online cursus genealogie

Op het blog van het Loket voor lief en leed staat een aankondiging voor een online cursus voor genealogisch onderzoek. De cursus wordt aan geboden door de Open Universiteit. In tien blokken komen allerlei bronnen voorbij die nuttig kunnen zijn voor het stamboomonderzoek. Voor de hand liggen natuurlijk de geboorte-, huwelijks- en overlijdensaktes. Maar de cursus gaat ook in op bronnen die wat minder bekend zijn, zoals de rechterlijke archieven, archieven van notarissen en belastingregistratie. Neem eens een kijkje, wie weet inspireert het tot onderzoek.

woensdag 30 november 2011

Uit de canon: THOS en de chocoladereep

Het is 1920 als in Beerta de voetbal gaat rollen. Dat lijkt een eenvoudig kunststukje, maar dat is het niet. Je kunt op het idee komen een voetbalclub op te richten en dat samen met je vriendjes ook daadwerkelijk doen, mar er moet wel een bal komen. En die is er niet. Toch komt de voetbalclub, compleet met bal, van de grond. Maar eerst is er de vereniging, die Zwart Wit wordt genoemd, dan pas de bal. Voetballen zijn schaars in die tijd. De jongens gaan wikkels van chocoladerepen sparen. Als ze er vijfhonderd hebben, dan kan er een bal van worden aangeschaft. In Beerta lacht men nog wel eens als ze denken aan die voetbalgekke jongens, die zich ziek hebben moeten eten aan chocola. Als ze het benodigde aantal bijna bij elkaar hebben, slaat het noodlot toe. De repen gaan uit de handel. De jongens laten zich niet uit het veld slaanen gaan bij de plaatselijke kruidenier op zoek naar achtergebleven chocoladerepen en wikkels. Ze slagen er alsnog in genoeg te verzamelen en zo komt de eerste heuse voetbal naar Beerta. Zwart Wit wordt al heel snel, op advies van de voetbalbond, omgedoopt in THOS: Tot Heil Onzer Spieren.......

Dit is het begin van het venster over de voetbalgeschiedenis. Wat mensen er niet voor over hadden om te kunnen sporten! We hebben gekozen voor de voetbalgeschiedenis als symbool voor de sportgeschiedenis is het Oldambt. Er is natuurlijk veel meer geweest op sportief gebied. Een venster is ook maar een begin.

Op de website van het Cultuurhistorisch Centrum Oldambt vind u meer informatie over de Canon van het Oldambt.


donderdag 24 november 2011

De Dag van de Oldambtster geschiedenis

Zaterdag 26 november is het zover! De Canon van het Oldambt wordt gepresenteerd aan het publiek. Ter gelegenheid hiervan hebben we een cultuurhistorische markt georganiseerd. Van 14.00 tot 16.00 uur kunt u kennis maken met cultuurhistorische organisaties in en om het Oldambt. Op de markt kunt u de Canon van het Oldambt met korting kopen. Het boek kost € 10,00 in plaats van € 12,50. Het is een grote, gevarieerde groep organisaties geworden.

Dit zijn de deelnemers aan de markt:

- Cultuurhistorisch Centrum Oldambt
- Dorpsgidsen Nieuwolda
- Gemaal Cremer uit Termunten
- Gemaal de Hoogte uit Nieuwolda
- De Nederlandse Genealogische Vereniging afdeling Groningen
- Regionaal Historisch Centrum Groninger Archieven
- Het Groninger Molenarchief
- Heemschut
- De Boukenkist
- Historische Vereniging gemeente Scheemda
- De Kerk uit Nieuw Beerta
- De Kerk van Nieuw Scheemda
- De Kerk van Termunten
- Museum voor Naaldkunst uit Winschoten
- Het Groninger Molenhuis
- Museum Slag bij Heiligerlee
- Klokkengieterijmuseum Heiligerlee
- Museum het Stoomgemaal uit Winschoten
- Stichting Oud Winschoten
- Scheemder Kerk
- Stichting Wiebe Hayes
- Stichting Verdronken geschiedenis
- Stichting Landschap Oldambt
- Vrienden van de Nieuweschans en het Vestingmuseum
- Winschoter Stadsjournaal
- Waslander Danhuis stichting

Genoeg te zien dus. Hopelijk tot zaterdag.

donderdag 3 november 2011

Armoe troef - een terugblik

Drie middagen over armoedebestrijding zijn achter de rug. Het waren interessante middagen. De lezingen waren veelzijdig en in het publiek riepen de verhalen veel vragen op. Er kwam regelmatig een gesprek op gang tussen de spreker en iemand uit het publiek.

Over de kerk.
Harry Perton beet het spits af met een verhaal over de kerkelijke armenzorg. Er ontstaat een beeld van kerken die erg hun best doen om de zorg beheersbaar te houden. Iemand die korter dan 7 jaar bij de gemeente hoort, moet zijn uitkering gaan halen uit zijn vorige woonplaats. Er zijn strakke regels voor de bedeling: het geld of andere ondersteuning krijg je niet zomaar. En er is controle. In het Oldambt ging het behoorlijk ver: bedeelden waren verplicht om een letter D op hun kleren te dragen, als teken dat ze ondersteuning kregen van de diaconie. Dat bracht wel een schok teweeg. De associatie naar later tijden is makkelijk gelegd. Maar toch.... zij waren zeker niet de enigen die herkenbaar waren. Weeskinderen in Amsterdam droegen kleren die voor de helft rood en voor de andere helft zwart waren. Van grote afstand waren zij te herkennen. En dat was rond 1900 nog steeds zo.



Over de maatschappij

Wil Schackman begon aan zijn onderzoek naar de Maatschappij voor de Weldadigheid om te kijken of er een script over de schrijven was. De vele honderden meters archief bleven hem zo boeien dat hij er niet meer los van kwam en er een boek over schreef. Hij vertelt over de betrokkenheid van de Oldambtsters bij de Maatschappij van de Weldadigheid. Een grote groep mensen wil meehelpen met de oprichting van de kolonie in Drenthe. Vooral in Winschoten is er een aanzienlijke groep contributanten. Een paar jaar later is het beeld een beetje veranderd. De meeste mensen hebben nog nooit betaald. We volgen samen de ontwikkeling van de koloniën en de opvang van de bewoners. Ook zij worden in onze ogen heel strak gehouden. Een klein vergrijp leidt al tot een paar dagen opsluiting, een straf die wordt opgelegd door een eigen 'rechtbank'. Een heel eigen wereld Drenthe.

Over de staat.
Cees Stolk heeft jarenlang onderzoek gedaan naar de werkverschaffing in Jipsinghuizen, in de ogen van de werklozen de hel van Jipsinghuizen. Iedereen moest volgens de Armenwet van 1912 werken voor zijn geld. Toen in de jaren dertig de werkloosheid groeide, in Groningen tot 18.000 mensen, kwamen grote werkverschaffingsprojecten. Die waren niet nieuw. Ook in de negentiende eeuw werden zulke projecten gestart, bijvoorbeeld voor de aanleg van parken. Dit keer was de omvang van de projecten groot. Buiskool kocht een groot stuk land. Dat moest een meter diep worden omgespit. Met de hand. Ook als je dagelijks werk diamantslijper of kantoorklerk was. Het loon werd betaald voor de hoeveelheid grond die was omgeploegd. Het loon was laag, de omstandigheden slecht en de behandeling streng. Cees geeft daar vele voorbeelden van. Pijnlijke voorbeelden.

Er is na drie lezingen een beeld ontstaan van controle, karigheid en stigmatisering. Toch moet ik dat nuanceren met twee verhalen. En we kijken terug vanuit grote welvaart naar een land dat, zeker in de negentiende eeuw en in de crisistijd, grote tekorten had. De welvaart heeft ertoe geleid dat er een verzorgingsstaat kon ontstaan.
En dan dit: tussen ons en de tijd van werkverschaffing, weldadigheid en diaconie staat de Algemene Bijstandswet, een wet uit de verzorgingsstaat. Door die wet werd het krijgen van een uitkering een recht, terwijl het daarvoor een uiterste redmiddel was als de familie en de buren niet meer wilden bijspringen en al het geld op was. Mensen konden rekenen op verzorging.
Dat is heel iets anders dan de liberalen in de negentiende eeuw voor ogen stond: een staat die zich alleen in uiterste noodzaak met de maatschappij bemoeit. In zo'n samenleving is het leven harder. Er waren lange arbeidstijden voor alle arbeiders en de rechten moesten nog bevochten worden.

Ik zeg niet dat het voor de armen en werklozen die het meemaakten daarmee minder erg wordt, maar ze konden het niet vergelijken met onze situatie, zoals wij gewend zijn om te doen.

donderdag 27 oktober 2011

Dijkgravenpicknick

Een van de verhalen in de Canon van het Oldambt gaat over het Termunterzijlvest. Het waterschap dat in 1601 werd gesticht om de grond een beetje beter droog te houden. De heren dijkgraven zorgen voor het handhaven van de regels en waren tevreden met zichzelf. Bij het aanleggen van de sluis lieten zij hun namen in een plakkaat in de sluis aanbrengen. Onder water! Jaren later, toen de sluis droog stond voor restauratie, werd het plakkaat zichtbaar. Zo heeft ieder zijn eigen vorm van eeuwige roem.

Bij de zoektocht naar een goede illustratie komen we bij het Groninger Museum. Het Waterschap heeft drie zilveren bekers in bruikleen gegeven aan het museum. De bekers zijn ooit van het Termunterzijlvest geweest. Mooi chique bekers, ter ondersteuning van de status van de dijkgraven.

Tot mijn verbazing is er meer. De bekers zijn stapelbaar en kunnen daarna worden opgeborgen in een zilveren houder. Als we er tijdens de vergadering naar kijken, zegt een van de redactieleden: 'Dat is voor de picknick van de dijkgraven.' Ik zie het voor me: de eerbare dijkgraven op een geruit dekentje in het gras met de handig verpakte en vervoerbare bekers tussen het in. Het is natuurlijk anders, maar het blijft een grappig beeld.

De foto van de bekers staat in de Canon van het Oldambt, die op 26 november verschijnt.