woensdag 26 februari 2014

Wie Weet Waar Etty Woonde? 3

Van 1918 tot 1924 woonde de familie Hillesum in Winschoten. De kinderen waren nog klein en de jongste, Mischa, werd in Winschoten geboren. In de Tweede Wereldoorlog schreef de oudste dochter, Etty, een dagboek dat jaren later wereldberoemd werd.

De meeste plaatsen, waar zij gewoond heeft, hebben een gedenkteken voor haar. Winschoten heeft dit nog niet. Het zou passend zijn om dit te plaatsen op of bij het huis waar ze gewoond heeft. Precies daarover bestond onduidelijkheid. Daarom ben ik het gaan onderzoeken. Na het archiefonderzoek werd het tijd om in de straat te gaan kijken.

Zoals ik al eerder heb verteld, is de Oranjestraat in fases gebouwd. De eerste huizen kwamen aan het begin van de straat, tegenover de toenmalige ULOschool, die later de Rijkskweekschool werd. Deze huizen kregen de nummers 1 tot 7. Ze staan op de oude foto en ook op de foto die ik vandaag heb gemaakt. De huizen ernaast zijn in 1918 gebouwd. In de gevelpunt van deze huizen hebben, zoals op de oude foto te zien is, lijnen gezeten. Op de foto van vandaag zien we dat nog  bij een paar huizen terug.
In het vorige blog over Etty's huis, schreef ik dat alle oneven nummers in 1918 werden gebouwd en daarbij nr 2 en 24. Bij nader inzien heb ik daarbij een leesfout gemaakt. Het waren de nummers 2 en 4, niet 2 en 24. Dat maakt het verhaal logisch. De huizen die al aan de even kant van de straat stonden, moesten natuurlijk ook een nummer hebben.

Zoals ik al schreef, kwam er in 1921 een huizenblok aan de even kant van de straat. Op nummer 2 kwam de familie Witkop te wonen. Dit is te zien op een detail van een foto van de straat. 
Vandaag trof ik op datzelfde huis twee huisnummers, 2 en 12: een stille verwijzing naar de kleine hernummering die het gevolg was van het afbreken van de school en het bouwen van 5 nieuwe huizen, de nummers 2 t/m 10. Als nummer 2 hernummerd is tot 12, dan is 26 vermoedelijk hernummerd tot 36.

Aan het eind van de straat staan de huizen met nummer 36 en 38. Het is een huis van hetzelfde type als de huizen die in 1918 aan de oneven kant van de straat zijn gebouwd. In het verhuurregister staat dat deze huizen inderdaad vanaf 1918 zijn verhuurd.

Jaap Meijer herinnerde zich dat de familie Hillesum op een hoek woonde. Dat zou het hoekhuis van de Oranjestraat kunnen zijn. Het kan ook dat hij zich dit herinnerde uit de tijd dat het huizenblok nr. 2 - 24 nog niet gebouwd was. Toen waren nummer 2 en 4 de enige huizen aan deze kant van de straat en daarmee vanzelfsprekend hoekhuizen. Het is ook mogelijk dat hij het zich als een hoekhuis herinnerde, doordat de Oranjestraat een bocht maakt en het huis gebouwd is net na de bocht.

Na mijn archiefonderzoek en mijn wandeling door de Oranjestraat kom ik tot de conclusie dat de familie Hillesum vanaf 1919 steeds in hetzelfde huis gewoond heeft. Dat dit huis in 1921 is hernummerd van 2 naar 26, waardoor deze beide adressen in de archieven zijn teruggevonden. En dat na de bouw van nummer 2 tot 10 opnieuw een hernummering is geweest, die van nummer 26, nummer 36 heeft gemaakt. 

Als we Etty, en hopelijk ook Mischa, willen herdenken, moet dat volgens mij bij dit huis. 

vrijdag 21 februari 2014

Mooie collecties op Internet 2

De komende tijd wil ik aandacht vragen voor mooie digitale collecties van het Oldambt.

Voor de tweede mooie collectie gaan we opnieuw naar facebook. Dit keer gaat het om Historisch Nijwol van verzamelaar H. van der Wal. Prachtige foto's en verhalen over Nieuwolda zoals het vroeger was. Van der Wal heeft jaren lang alles wat met Nieuwolda te maken heeft verzameld.

Te zien is, dat een deel van zijn foto's ook op de Groninger beeldbank staat. Hij vermeldt per foto onder welk nummer u moet zoeken. Die foto's kunnen worden nabesteld bij het Cultuurhistorisch Centrum Oldambt.

Vooral heel mooi zijn de foto's van oude auto's met nog een Groninger kenteken, beginnend met een A. Waarschijnlijk zijn deze foto's ook erg interessant voor de Groninger Archieven die een databank van kentekens bijhouden.

woensdag 19 februari 2014

Wie Weet Waar Etty Woonde? 2

Om een herdenkingsteken te kunnen plaatsen voor de beroemde dagboekschrijfster Etty Hillesum, zoek ik naar het huis waar zij in Winschoten gewoond heeft. In de vorige aflevering heb ik de vragen op tafel gelegd. Nu ga ik verder met het onderzoek.
Laten we eerst de familie Hillesum eens volgen door Winschoten. Levie, Riva, Etty en Jacob kwamen op 31 augustus aan vanuit Tiel, de vorige woonplaats van het gezin. De jongste broer, Mischa, zou in Winschoten geboren worden.

Het eerste huis van de familie was Engelselaan 43. 'Om de hoek' van de straat waar ze later zouden wonen. Levie Hillesum huurde dit huis van de gemeente Winschoten van 15 september 1918 tot 15 mei 1919. De jaarhuur van 540 gulden, in drie termijnen te voldoen. De maand mei was de gebruikelijke verhuismaand. Jaarhuren liepen vaak van mei tot mei.

Toen de familie Hillesum in Winschoten aan kwam, was de helft van de huizen in de Oranjestraat net klaar. De Oranjestraat was één van de bouwprojecten van de  Stichting Winschoter Woningbouw. De eerste vier huizen, met de nummers 1,3,5 & 7 waren vanaf 1917 verhuurd. In 1918 kwamen alle andere oneven nummers erbij: nummer 9 tot 27. Én er waren twee huizen met een even nummer: 2 en 24. In nummer 2 woonde vanaf september 1918 H. Haijkens en op nummer 24 J. Vlietstra. Dit huis werd ook aangeduid als muziekgebouw. De overige huizen met even nummers werden in 1920 opgeleverd. Uit het gemeentearchief blijkt dat er eerst een subsidie is aangevraagd bij het rijk om deze woningen te kunnen bouwen.

In het gemeentearchief wordt een register van verhuur van gemeentelijke eigendommen bewaard*. In dit register werden de huren van de Woningbouw bijgehouden. Eén pagina per woning waarop de huurder stond genoteerd en de periodieke betalingen werden bijgehouden. Bladerend door het boek zie je Winschoten groeien, huis na huis wordt ingeschreven, steeds op het moment als de eerste huur wordt betaald.

H. Haijkens vertrok in mei 1919 uit Oranjelaan 2 en dit huis werd vervolgens betrokken door familie Hillesum. Familie Vlietstra bleef wonen op nummer 24. Als de andere even huizen in de straat klaar zijn, worden zij ingeschreven in het verhuurregister. Daar verschijnt een nieuw huis met nummer 2, bewoond door familie Witkop, en ook een nieuw huis met nummer 24, waar de familie Ufkes in trekt.



In de inschrijving van het huis van de familie Hillesum is achter de 2 een 6 gezet en bij Vlietstra werd de 4 een 8, zodat dit huis vanaf dat moment 28 was. Er is dus een kleine hernummering geweest in de vroege ontwikkeling van de Oranjestraat. En naar alle waarschijnlijkheid hebben Etty en haar familie vanaf mei 1919 in hetzelfde huis gewoond, dat eerst nummer 2 en later nummer 26 was.

Dit is het verhaal van de administratie. Het is toch vreemd dat huizen die eerst nummer 2 en 24 hadden ineens buurhuizen blijken te zijn. Daar moet toch een reden voor zijn? En dan het verhaal van de Oranjestraat, zoals deze nu is. De nummering loopt tegenwoordig verder door dan nr. 28 en nummer 26 is onderdeel van het huizenblok dat in 1920 is gebouwd. Dat kan het huis van de familie Hillesum dus niet geweest zijn. In de volgende aflevering gaan we kijken of we in de straat zelf een antwoord kunnen vinden.

* Gemeentearchief Oldambt Archief gemeente Winschoten (1811-1929) inv.nr. 755

dinsdag 18 februari 2014

Mooie collecties op Internet

In de komende tijd wil ik aandacht vragen voor mooie collecties uit het Oldambt die via het Internet te zien zijn. Ik begin met de Vissersdijk History op Facebook. Binnen korte tijd werd ik er door vijf mensen op gewezen. Op de pagina staan oude stadsbeelden, krantenartikelen, buurtvereniging, ansichtkaarten, winkels en zelfs een afbeelding van een oude straatklinker! Inmiddels zijn er 1529 likes voor de pagina. Zeker de moeite waard om eens te gaan kijken.

vrijdag 14 februari 2014

14 februari 1914 - De tolweg door Nieuwolda

Het is een lange lijst namen op het verzoekschrift aan de gemeente. Bekende namen ook: Roelofs, Waalkens, Edens, Hamster, Heeres, Buiskool. De brief is opgesteld in het prachtige handschrift van Joh. E. Lindenbergh, dat wel vaker voorkomt in het archief van Nieuwolda. Deze brief gaat over de tolgelden. De ondergetekenden hebben gehoord dat de tolgelden opnieuw verpacht zullen worden. Dat zouden ze graag anders zien. Deze vorm van belasting heffen omslachtig en het belemmert het verkeer door het dorp.

Een ander nadeel is dat ingezetene die niet in de termen vallen om aangeslagen te worden in de gemeentebelasting, ook door deze tolle mede moeten helpen betalen indien zij gebruik moeten maken van paard en wagen voor turf, enz. te halen. En dat de verafwonende ingezetenen die per rijtuig zich naar het dorp of het station moeten begeven onaangenaam oponthoud hebben door het tol betalen.

Nieuwolda blijkt wat achter te lopen. Het rijk en de provincie hebben de tolheffing al afgeschaft. Reden daarvoor was de belemmering die de tol vormde voor landbouw, handel en nijverheid, zo schrijft Lindenbergh.

Het college bespreekt het verzoekschrift op 22 januari 1914, maar kan het niet eens worden. Wethouder Jager wil de tollen afschaffen, terwijl de burgemeester en wethouder Snater nog drie jaar willen doorgaan met de heffing. De meerderheid beslist en dus krijgt de gemeenteraad het advies om het verzoekschrift af te wijzen. Op 14 februari vergadert de gemeenteraad hierover en besluit dat het advies van het college niet zal worden gevolgd. De tollen moeten worden afgeschaft en wel met ingang van 1 mei.

Voor de bewoners van de tolhuizen, J. Hamhuis en H. Bouwman, moet dat een schok geweest zijn. Ze zouden per 1 mei, en dat is toch al snel, hun huis uit moeten. Ze vragen daarom aan de gemeente of ze niet nog een jaar in het huis mogen blijven wonen en bieden een huur van honderd gulden. Dat mag.

Daarmee zijn nog niet alle problemen opgelost. De tollen brachten geld in het laatje. Dat moet nu op een andere manier verdiend worden. De gemeente heeft gekozen voor het verhogen van de hoofdelijke omslag. Het duurt even voordat het allemaal rond is. Uiteindelijk kan op 26 september het nieuwe kohier worden vastgesteld.

Het verhaal is bijna af, want moet er met de tolbomen? Honderd jaar geleden waren de mensen zuiniger met grondstoffen dan wij. Er zijn belangstellenden voor de tolbomen. Dus worden ze verkocht en verwijderd. De Nieuwolder tol is geschiedenis.

donderdag 13 februari 2014

Wie Weet Waar Etty Woonde?

Op 15 januari was het 100 jaar geleden dat Etty Hillesum in Middelburg geboren werd. Toen zij vier jaar oud was, werd haar vader Levie conrector van het Winschoter Gymnasium. Met haar ouders en broers woonde zij vanaf 1918 in Winschoten aan de Oranjestraat. In 1924 vertrok het gezin naar Deventer en vanaf haar studietijd woonde Etty in Amsterdam. In de Tweede Wereldoorlog schreef Etty daar gedurende twee jaar een dagboek, waarin zij probeerde in het reine te komen met haar eigen 'verstopte ziel' en het lot van haar volk, de Joden.

Voor Hennie Niemeijer van bibliotheek Oldambt en mij was dat een aanleiding om één van onze historisch-literaire lezingen te wijden aan Etty. Spreekster Janny van der Molen houdt zich al jaren bezig met het werk van Etty Hillesum. Ze heeft diverse publicaties over haar op haar naam staan en haar nieuwste boek maakt Etty's gedachtegoed ook toegankelijk voor jongeren vanaf 16 jaar. De maand van de spiritualiteit was een prima gelegenheid om bij onze plaatsgenote stil te staan.

Tijdens haar lezing op 6 februari vertelde Janny dat in Middelburg en in Deventer veel aandacht is voor Etty. In Winschoten is er niets. Dat kan toch eigenlijk niet. Al eerder had Janny de vraag bij me neergelegd waar Etty dan precies woonde.Als we dat weten, kunnen we misschien en gedenkteken op haar huis laten aanbrengen.

In de archieven zijn drie verschillende adressen en te vinden, Engelselaan 43, Oranjestraat 2 en Oranjestraat 26. Dan zou je denken dat de familie drie keer is verhuisd en dat we het gedenkteken plaatsen op het huis waar ze het langst heeft gewoond: Oranjestraat 26. Maar dan is er nog Jaap Meijer (Saul van Messel) die zich herinnert dat de familie Hillesum op een hoek woonde en nummer 26 is middenin een rijtje. Bedoelde hij nummer 2? Het is aannemelijk dat dat een hoekhuis was. Nummer 2 is nu een modern huis. Zo aan de buitenkant te zien, gebouwd in de jaren negentig van de vorige eeuw. Het kan ook zijn dat er een hernummering is geweest en dat wat nu hoekhuis nummer 30 is, oorspronkelijk 26 was. De gemeente Oldambt heeft geen duidelijke hernummeringsgegevens. Dit vraagt dus om een onderzoek in andere bronnen.

We zullen in de geschiedenis van de Oranjestraat en bewoners moeten duiken om het huis van de familie Hillesum te vinden. In de komende weken zal ik verslag doen van het onderzoek. Alvast veel dank aan Els Boon en Han Lettink voor hun geweldige basisonderzoek en aan de heer Oldenziel en Jalink voor hun hulp tot nu toe.

vrijdag 24 januari 2014

Epko Vroom - 2

Een tijd geleden vertelde ik een verhaal over Epko Vroom. Naar aanleiding daarvan stuurde zijn neef mij dit verhaal over de jaren vijftig bij oom Epko. 

Meulnloane op n zummerse dag
Meulnloane! Wat herinner ik mie doar nog van. As lutje jong kwam ik
doar wel ais bie mien tante Zwoantje. Dij loane begon noast heur hoes
en laip den mit n boge der veur langs en dook den k wait nait hou wied
t laand in. Nog altied as ik kemille roek, den zai ik dij laange loane van
grieze bórsten klaai, stainhaard en deurnaaid mit swientjegras, kemille,
kloaver en peerdebloumen veur mie. Hier en doar langs de kaante n
stovvege graauwe klarebos.

Veur de laange riege aarbaidershoeskes van rode bakstain mit heur
helderwitte kezientjes en windveren, was t n feest van gruinte en kleur
op de lapkes grond. Bonen, eerdappels, mousplanten, robaiten, praai,
siepels, boeskool, stokbomen, waalskebonen, alles gruide doar meroa-
kels op dij gaaile klaaigrond. Hier en doar n hoageldoornhege, wat bulterg
knipt en boven t laand t getierelier van doezend laiwerkes, nait te zain,
mor wel te heuren.

Verspraaid waren doar manlu aan t schovveln en aan t waiden. Vraauwlu
zöchten zok wat gruinte bienander, veur t eten. t Was aal geur en kleur, zo
wied as men zain kon. Zo lag de Meulnloane der bie op n zummerse dag.
Aal dij hoeskes stonden mit de kont noar n klinkerwegje tou. t Was asof
niks mit dat klinkerwegje te moaken hebben wollen. En woar t doan was
mit de hoezen, was t ook òflopen mit dat wegje. Hailemoal aan t ende
woonden mien oom Haarm en tante Trientje en haalverwegens woonden
"zai in t midden",  oom Hinderk mit 'pruse"  tante Gepke, zoas tante
Zwoantje heur schoonzuster nuimde. Noast mien tante woonden Folgert
en Detje, bruier en zuster, mit heur mizzenk hail trankiel stoef aan de
stroate. Detje, dij zo gek was op sokkeloa. Toun ze n keer opereerd worden
moa, was ze van binnen hailemoal massief van sokkeloa west. Volgens
tante Zwoantje den.

Tegenover, of aiglieks dus , achter mien tante, ston t krudenierswinkeltje
van Roele en Eggo, mit nog zo'n kopern bèlle aan de deure en mit n holten
teunbaanke mit n mooie weegschoale der op. Ik heur Roele nog zeggen:
"Wat mout t wezen mien jong?"

Soms zee tante tegen mie:"Goa mor ais kieken of hai der al aan komt."
Den gaf ze mie n blikken teneelkiekertje en doar keek ik de de Meuln-
loane mit òf. Dij "hai", was heur bruier Epko, dij wied vot op de wiede
baute woonde. Zien hoeske lag doar mouderziel allain wegdoken in de
trillende wiedte. As n schip, òfmeerd aan twij bomen, de ainegsten in
de verre omtrek , in n glène   zee van witgele waite. En in dij wirrelnde
hette mouk zok den n figuurtje lös. Dat was "hai".

Körte bainen in n onveurstelboar olle boksem en mit n poar grote stevels
aan. n Flodderg voal jaske aan en mit n pette op zien braide kop. Aan n
zele over zien scholder droug hai n matte. Dat was oom Epko, dij bie zien
zuster eten ging. Doarveur haar zai mie al noar Roele stuurd veur n puutje
kaauwtebak en n roltje king.

"Dat most hom geven en ook even vroagen hou of t mit zien bain is hör".
Dat dee ik, en den ging oom Epko eten. Zien linker aarm om zien teller
sloagen en mit n vörke mit iezelk schaarpe òfsleten tanden, schoof e
n baarg eerdappels mit n poar glidderge lappen kookde spek   noar
binnen.  Tante Zwoantje kon hailemóál nait koken. Mor oom Epko was
n roege eter. As e t eten op haar, ging e noar t gemak en tante Zwoantje
knovvelde den mit heur remetiekege handen kolle eerdappels en wat
hompstokken brood in n buzze oert zien matte.

"Zo, ik heb die weer wat vreten veur de katten en brood veur de segen
en knienen in dien matte doan."

"Most hom nog n poar cent geven hör," zee oom Epko den. En den ging
e de loane weer op, trogge noar zien ainzoam bestoan wied in t veld.
Zien hoeske is al joaren leden òfbroken en op dij stee persies staait nou
n weerstoatsion aan t ende van de Hoamer en Sikkelloane. Nou rieden
we der enkeld wel ais n moal langs en den holden we even ho en zuiken
doar noar tegel- en potschaarven en soms vinden we nog n knope van
zien hemd. Nou kennen we doar rusteg rondschoemen. Mor toun hai nog
leefde, wol e gain mens in zien buurt hebben. Mien zuskes binnen n moal
stiltjes de Meulnloane tot aan d' Ol Weg òflopen. Toun ze zo'n viefteg
meter van zien hoes òf waren, kwam e veurdeure.

"Dag oom Epko!' raipen ze n beetje baange.
"Woar binnen ie van!?"
"Van joen bruier Marinus!"
"O ..... Mor k wil joe hier nait hebben! Gaauw weer noar hoes tou!"
Tja ... Meulnloane in d' Hörn. Woar is t aal bleven. t Ligt aal op t kerkhof.
En d' Hörn is d'ol Hörn nait meer. Veul hoeskes binnen vot of vernaild
deur lu oet aandere streken, dij t hier wel eefkes fiksen zollen. Mor
d' herinnerns oet mien jeugd dij binnen der nog. En doar bin k slim
bliede om.

W. Vroom