woensdag 19 februari 2014

Wie Weet Waar Etty Woonde? 2

Om een herdenkingsteken te kunnen plaatsen voor de beroemde dagboekschrijfster Etty Hillesum, zoek ik naar het huis waar zij in Winschoten gewoond heeft. In de vorige aflevering heb ik de vragen op tafel gelegd. Nu ga ik verder met het onderzoek.
Laten we eerst de familie Hillesum eens volgen door Winschoten. Levie, Riva, Etty en Jacob kwamen op 31 augustus aan vanuit Tiel, de vorige woonplaats van het gezin. De jongste broer, Mischa, zou in Winschoten geboren worden.

Het eerste huis van de familie was Engelselaan 43. 'Om de hoek' van de straat waar ze later zouden wonen. Levie Hillesum huurde dit huis van de gemeente Winschoten van 15 september 1918 tot 15 mei 1919. De jaarhuur van 540 gulden, in drie termijnen te voldoen. De maand mei was de gebruikelijke verhuismaand. Jaarhuren liepen vaak van mei tot mei.

Toen de familie Hillesum in Winschoten aan kwam, was de helft van de huizen in de Oranjestraat net klaar. De Oranjestraat was één van de bouwprojecten van de  Stichting Winschoter Woningbouw. De eerste vier huizen, met de nummers 1,3,5 & 7 waren vanaf 1917 verhuurd. In 1918 kwamen alle andere oneven nummers erbij: nummer 9 tot 27. Én er waren twee huizen met een even nummer: 2 en 24. In nummer 2 woonde vanaf september 1918 H. Haijkens en op nummer 24 J. Vlietstra. Dit huis werd ook aangeduid als muziekgebouw. De overige huizen met even nummers werden in 1920 opgeleverd. Uit het gemeentearchief blijkt dat er eerst een subsidie is aangevraagd bij het rijk om deze woningen te kunnen bouwen.

In het gemeentearchief wordt een register van verhuur van gemeentelijke eigendommen bewaard*. In dit register werden de huren van de Woningbouw bijgehouden. Eén pagina per woning waarop de huurder stond genoteerd en de periodieke betalingen werden bijgehouden. Bladerend door het boek zie je Winschoten groeien, huis na huis wordt ingeschreven, steeds op het moment als de eerste huur wordt betaald.

H. Haijkens vertrok in mei 1919 uit Oranjelaan 2 en dit huis werd vervolgens betrokken door familie Hillesum. Familie Vlietstra bleef wonen op nummer 24. Als de andere even huizen in de straat klaar zijn, worden zij ingeschreven in het verhuurregister. Daar verschijnt een nieuw huis met nummer 2, bewoond door familie Witkop, en ook een nieuw huis met nummer 24, waar de familie Ufkes in trekt.



In de inschrijving van het huis van de familie Hillesum is achter de 2 een 6 gezet en bij Vlietstra werd de 4 een 8, zodat dit huis vanaf dat moment 28 was. Er is dus een kleine hernummering geweest in de vroege ontwikkeling van de Oranjestraat. En naar alle waarschijnlijkheid hebben Etty en haar familie vanaf mei 1919 in hetzelfde huis gewoond, dat eerst nummer 2 en later nummer 26 was.

Dit is het verhaal van de administratie. Het is toch vreemd dat huizen die eerst nummer 2 en 24 hadden ineens buurhuizen blijken te zijn. Daar moet toch een reden voor zijn? En dan het verhaal van de Oranjestraat, zoals deze nu is. De nummering loopt tegenwoordig verder door dan nr. 28 en nummer 26 is onderdeel van het huizenblok dat in 1920 is gebouwd. Dat kan het huis van de familie Hillesum dus niet geweest zijn. In de volgende aflevering gaan we kijken of we in de straat zelf een antwoord kunnen vinden.

* Gemeentearchief Oldambt Archief gemeente Winschoten (1811-1929) inv.nr. 755

dinsdag 18 februari 2014

Mooie collecties op Internet

In de komende tijd wil ik aandacht vragen voor mooie collecties uit het Oldambt die via het Internet te zien zijn. Ik begin met de Vissersdijk History op Facebook. Binnen korte tijd werd ik er door vijf mensen op gewezen. Op de pagina staan oude stadsbeelden, krantenartikelen, buurtvereniging, ansichtkaarten, winkels en zelfs een afbeelding van een oude straatklinker! Inmiddels zijn er 1529 likes voor de pagina. Zeker de moeite waard om eens te gaan kijken.

vrijdag 14 februari 2014

14 februari 1914 - De tolweg door Nieuwolda

Het is een lange lijst namen op het verzoekschrift aan de gemeente. Bekende namen ook: Roelofs, Waalkens, Edens, Hamster, Heeres, Buiskool. De brief is opgesteld in het prachtige handschrift van Joh. E. Lindenbergh, dat wel vaker voorkomt in het archief van Nieuwolda. Deze brief gaat over de tolgelden. De ondergetekenden hebben gehoord dat de tolgelden opnieuw verpacht zullen worden. Dat zouden ze graag anders zien. Deze vorm van belasting heffen omslachtig en het belemmert het verkeer door het dorp.

Een ander nadeel is dat ingezetene die niet in de termen vallen om aangeslagen te worden in de gemeentebelasting, ook door deze tolle mede moeten helpen betalen indien zij gebruik moeten maken van paard en wagen voor turf, enz. te halen. En dat de verafwonende ingezetenen die per rijtuig zich naar het dorp of het station moeten begeven onaangenaam oponthoud hebben door het tol betalen.

Nieuwolda blijkt wat achter te lopen. Het rijk en de provincie hebben de tolheffing al afgeschaft. Reden daarvoor was de belemmering die de tol vormde voor landbouw, handel en nijverheid, zo schrijft Lindenbergh.

Het college bespreekt het verzoekschrift op 22 januari 1914, maar kan het niet eens worden. Wethouder Jager wil de tollen afschaffen, terwijl de burgemeester en wethouder Snater nog drie jaar willen doorgaan met de heffing. De meerderheid beslist en dus krijgt de gemeenteraad het advies om het verzoekschrift af te wijzen. Op 14 februari vergadert de gemeenteraad hierover en besluit dat het advies van het college niet zal worden gevolgd. De tollen moeten worden afgeschaft en wel met ingang van 1 mei.

Voor de bewoners van de tolhuizen, J. Hamhuis en H. Bouwman, moet dat een schok geweest zijn. Ze zouden per 1 mei, en dat is toch al snel, hun huis uit moeten. Ze vragen daarom aan de gemeente of ze niet nog een jaar in het huis mogen blijven wonen en bieden een huur van honderd gulden. Dat mag.

Daarmee zijn nog niet alle problemen opgelost. De tollen brachten geld in het laatje. Dat moet nu op een andere manier verdiend worden. De gemeente heeft gekozen voor het verhogen van de hoofdelijke omslag. Het duurt even voordat het allemaal rond is. Uiteindelijk kan op 26 september het nieuwe kohier worden vastgesteld.

Het verhaal is bijna af, want moet er met de tolbomen? Honderd jaar geleden waren de mensen zuiniger met grondstoffen dan wij. Er zijn belangstellenden voor de tolbomen. Dus worden ze verkocht en verwijderd. De Nieuwolder tol is geschiedenis.

donderdag 13 februari 2014

Wie Weet Waar Etty Woonde?

Op 15 januari was het 100 jaar geleden dat Etty Hillesum in Middelburg geboren werd. Toen zij vier jaar oud was, werd haar vader Levie conrector van het Winschoter Gymnasium. Met haar ouders en broers woonde zij vanaf 1918 in Winschoten aan de Oranjestraat. In 1924 vertrok het gezin naar Deventer en vanaf haar studietijd woonde Etty in Amsterdam. In de Tweede Wereldoorlog schreef Etty daar gedurende twee jaar een dagboek, waarin zij probeerde in het reine te komen met haar eigen 'verstopte ziel' en het lot van haar volk, de Joden.

Voor Hennie Niemeijer van bibliotheek Oldambt en mij was dat een aanleiding om één van onze historisch-literaire lezingen te wijden aan Etty. Spreekster Janny van der Molen houdt zich al jaren bezig met het werk van Etty Hillesum. Ze heeft diverse publicaties over haar op haar naam staan en haar nieuwste boek maakt Etty's gedachtegoed ook toegankelijk voor jongeren vanaf 16 jaar. De maand van de spiritualiteit was een prima gelegenheid om bij onze plaatsgenote stil te staan.

Tijdens haar lezing op 6 februari vertelde Janny dat in Middelburg en in Deventer veel aandacht is voor Etty. In Winschoten is er niets. Dat kan toch eigenlijk niet. Al eerder had Janny de vraag bij me neergelegd waar Etty dan precies woonde.Als we dat weten, kunnen we misschien en gedenkteken op haar huis laten aanbrengen.

In de archieven zijn drie verschillende adressen en te vinden, Engelselaan 43, Oranjestraat 2 en Oranjestraat 26. Dan zou je denken dat de familie drie keer is verhuisd en dat we het gedenkteken plaatsen op het huis waar ze het langst heeft gewoond: Oranjestraat 26. Maar dan is er nog Jaap Meijer (Saul van Messel) die zich herinnert dat de familie Hillesum op een hoek woonde en nummer 26 is middenin een rijtje. Bedoelde hij nummer 2? Het is aannemelijk dat dat een hoekhuis was. Nummer 2 is nu een modern huis. Zo aan de buitenkant te zien, gebouwd in de jaren negentig van de vorige eeuw. Het kan ook zijn dat er een hernummering is geweest en dat wat nu hoekhuis nummer 30 is, oorspronkelijk 26 was. De gemeente Oldambt heeft geen duidelijke hernummeringsgegevens. Dit vraagt dus om een onderzoek in andere bronnen.

We zullen in de geschiedenis van de Oranjestraat en bewoners moeten duiken om het huis van de familie Hillesum te vinden. In de komende weken zal ik verslag doen van het onderzoek. Alvast veel dank aan Els Boon en Han Lettink voor hun geweldige basisonderzoek en aan de heer Oldenziel en Jalink voor hun hulp tot nu toe.

vrijdag 24 januari 2014

Epko Vroom - 2

Een tijd geleden vertelde ik een verhaal over Epko Vroom. Naar aanleiding daarvan stuurde zijn neef mij dit verhaal over de jaren vijftig bij oom Epko. 

Meulnloane op n zummerse dag
Meulnloane! Wat herinner ik mie doar nog van. As lutje jong kwam ik
doar wel ais bie mien tante Zwoantje. Dij loane begon noast heur hoes
en laip den mit n boge der veur langs en dook den k wait nait hou wied
t laand in. Nog altied as ik kemille roek, den zai ik dij laange loane van
grieze bórsten klaai, stainhaard en deurnaaid mit swientjegras, kemille,
kloaver en peerdebloumen veur mie. Hier en doar langs de kaante n
stovvege graauwe klarebos.

Veur de laange riege aarbaidershoeskes van rode bakstain mit heur
helderwitte kezientjes en windveren, was t n feest van gruinte en kleur
op de lapkes grond. Bonen, eerdappels, mousplanten, robaiten, praai,
siepels, boeskool, stokbomen, waalskebonen, alles gruide doar meroa-
kels op dij gaaile klaaigrond. Hier en doar n hoageldoornhege, wat bulterg
knipt en boven t laand t getierelier van doezend laiwerkes, nait te zain,
mor wel te heuren.

Verspraaid waren doar manlu aan t schovveln en aan t waiden. Vraauwlu
zöchten zok wat gruinte bienander, veur t eten. t Was aal geur en kleur, zo
wied as men zain kon. Zo lag de Meulnloane der bie op n zummerse dag.
Aal dij hoeskes stonden mit de kont noar n klinkerwegje tou. t Was asof
niks mit dat klinkerwegje te moaken hebben wollen. En woar t doan was
mit de hoezen, was t ook òflopen mit dat wegje. Hailemoal aan t ende
woonden mien oom Haarm en tante Trientje en haalverwegens woonden
"zai in t midden",  oom Hinderk mit 'pruse"  tante Gepke, zoas tante
Zwoantje heur schoonzuster nuimde. Noast mien tante woonden Folgert
en Detje, bruier en zuster, mit heur mizzenk hail trankiel stoef aan de
stroate. Detje, dij zo gek was op sokkeloa. Toun ze n keer opereerd worden
moa, was ze van binnen hailemoal massief van sokkeloa west. Volgens
tante Zwoantje den.

Tegenover, of aiglieks dus , achter mien tante, ston t krudenierswinkeltje
van Roele en Eggo, mit nog zo'n kopern bèlle aan de deure en mit n holten
teunbaanke mit n mooie weegschoale der op. Ik heur Roele nog zeggen:
"Wat mout t wezen mien jong?"

Soms zee tante tegen mie:"Goa mor ais kieken of hai der al aan komt."
Den gaf ze mie n blikken teneelkiekertje en doar keek ik de de Meuln-
loane mit òf. Dij "hai", was heur bruier Epko, dij wied vot op de wiede
baute woonde. Zien hoeske lag doar mouderziel allain wegdoken in de
trillende wiedte. As n schip, òfmeerd aan twij bomen, de ainegsten in
de verre omtrek , in n glène   zee van witgele waite. En in dij wirrelnde
hette mouk zok den n figuurtje lös. Dat was "hai".

Körte bainen in n onveurstelboar olle boksem en mit n poar grote stevels
aan. n Flodderg voal jaske aan en mit n pette op zien braide kop. Aan n
zele over zien scholder droug hai n matte. Dat was oom Epko, dij bie zien
zuster eten ging. Doarveur haar zai mie al noar Roele stuurd veur n puutje
kaauwtebak en n roltje king.

"Dat most hom geven en ook even vroagen hou of t mit zien bain is hör".
Dat dee ik, en den ging oom Epko eten. Zien linker aarm om zien teller
sloagen en mit n vörke mit iezelk schaarpe òfsleten tanden, schoof e
n baarg eerdappels mit n poar glidderge lappen kookde spek   noar
binnen.  Tante Zwoantje kon hailemóál nait koken. Mor oom Epko was
n roege eter. As e t eten op haar, ging e noar t gemak en tante Zwoantje
knovvelde den mit heur remetiekege handen kolle eerdappels en wat
hompstokken brood in n buzze oert zien matte.

"Zo, ik heb die weer wat vreten veur de katten en brood veur de segen
en knienen in dien matte doan."

"Most hom nog n poar cent geven hör," zee oom Epko den. En den ging
e de loane weer op, trogge noar zien ainzoam bestoan wied in t veld.
Zien hoeske is al joaren leden òfbroken en op dij stee persies staait nou
n weerstoatsion aan t ende van de Hoamer en Sikkelloane. Nou rieden
we der enkeld wel ais n moal langs en den holden we even ho en zuiken
doar noar tegel- en potschaarven en soms vinden we nog n knope van
zien hemd. Nou kennen we doar rusteg rondschoemen. Mor toun hai nog
leefde, wol e gain mens in zien buurt hebben. Mien zuskes binnen n moal
stiltjes de Meulnloane tot aan d' Ol Weg òflopen. Toun ze zo'n viefteg
meter van zien hoes òf waren, kwam e veurdeure.

"Dag oom Epko!' raipen ze n beetje baange.
"Woar binnen ie van!?"
"Van joen bruier Marinus!"
"O ..... Mor k wil joe hier nait hebben! Gaauw weer noar hoes tou!"
Tja ... Meulnloane in d' Hörn. Woar is t aal bleven. t Ligt aal op t kerkhof.
En d' Hörn is d'ol Hörn nait meer. Veul hoeskes binnen vot of vernaild
deur lu oet aandere streken, dij t hier wel eefkes fiksen zollen. Mor
d' herinnerns oet mien jeugd dij binnen der nog. En doar bin k slim
bliede om.

W. Vroom

vrijdag 6 december 2013

Na Adrillen (12 november 1887)

Op 12 november 1887 maakte de gezondheidscommissie een 'hygiënische excursie' door Winschoten. Dit is het verslag van de wandeling.

Te drie ure in de namiddag verzamelen zich alle leden [van de gezondheidscommissie CHC], met uitzondering van onzen nestor den Heer H. Roelfsema in de Oldambtster herberg en begeven zich vervolgens door de achterdeur van dat perceel naar het Marktplein, waar ze al dadelijk konden ervaren hoe jammerlijk in den gemeente de reinigingsdienst is georganiseerd door het feit dat nu op de laatsten dag der week geene sporadische, welneen! flinke lagen vuil over de straatstenen verspreid zijn, alsof deze geen betere bestemming kon hebben dan ons zoo lang mogelijk te herinnneren aan de drukke Allerheiligenmarkt met den prettigen aankleven daarvan.

Over het Marktplein heen ging de tocht door de Markstraat met het doel om een kijkje te nemen in de kolonie die gelegen is achter de stalling van de voerman J. Nederhoed. Medelijden vervulde ons alras met die natuurgenooten, welke verooddeeld zijn in deze woningen, waar zoo veel van het noodiste ontbreekt, verblijf te houden. Om maar iets te noemen: één privaat geschiet om twee personen, de noods van verschillende kunne, tegelijk te herbergen, is slechts aanwezig ten behoeve van misschien tien verschillende huisgezinnen. In aanmerking nemende hoe welig de vruchten des buiks meestal bij onze minder bedeelde evenmenschen gedijen, overdrijf ik waarschijnlijk niet door te beweren dat gemiddeld 50 personen per dag van dat eene privé gebruik maken. Is het wonder dat wij die gelegenheid boordevol zagen en maar al te dikwijls in die kolonie moesten waarnemen dat de daar wonende lieden zich er volstrekt niet om schenen te bekommeren, dat reeds in het boek van Mozes, genaamd Deutronomium, de heer aan het volk van Israël gelastte "om te bedekken, wat van hen was uitgegaan."

In de Engelsche straat gekomen, stelde de voorzitter ons in de gelegenheid om kennis te maken met de sloot waarin het rioolvuilnis van de Engelsche, Beertster- en aangrenzende straten wordt opgevangen. Natuurlijk was haar inhoud niet aantrekkelijk, toch deed het ons allen goed te vernemen dat de Heeren Tresling en Dik, die hier met een ouden bekende te doen hadden verbetering in den toestand konden constateren. Hetzelfde gold van de Kostersgang al was dan ook de huidige toestand van afwatering etc. nog zoodanig dat ze den Heer van der Meulen bij het hooren over aangebrachte verbetering de vraag op de lippen bracht: "hoe het dan vroeger wel was geweest?"

Door de Kostersgang bereikten wij de Liefkensstraat en richtten toen koers naar de Boschstraat om zo de buitenvenne te bereiken en in den aldaar uitkomende achterbuurten kennis te nemen of en hoe de tot afwatering dienende objecten aldaar strekken tot bvordeing van de gezondheid, reinheid, zindelijkheid etc. Het eerst trokken we de drift in bij de behuizing des Heeren Duveen, aldra gevolgd door den huisjesmelker Mulder, die waarschijnlijk verlangend was te weten om welke reden wij ons voor zijn eigendommen zouden interesseren. Reeds bij de eersten oogopslag bevonden wij de de daar langs loopende afwateringssloot een inhoud bevat, die het totaal ongeschikt voor badwater maakt. De meeste verschillende viezigheden van zeer uiteenloopenden aard, doch hierin overeenkomende dat ze ons op zeer onaangename wijze herinneren aan menschelijken afval, drijven hier in de sloot rond. 

Ook op het Schott'sche plein liet de toestand zeer veel te wensen over. Er waren heele rijen huizen aanwezig zonder eenige afwatering en hoewel de eigenaar zich gedrongen voelde tot ons te komen met de verzekering, hoezeer het in zijn streven lag om alles flink in orde te maken, doen wij het verstandigst van dat streven in future niet al te veel te verwachten als acht gegeven wordt op het weinige dat daardoor tot op den huidigen dag tot stand gekomen is. 

Het zou tot in de twintigste eeuw duren voordat de huizen aan het Schotsplein werden vervangen door nieuwe woningen.

vrijdag 15 november 2013

Verzoek uit Amerika


Er is een verzoek binnen gekomen uit Amerika.  Mevrouw Bakker komt aanstaande januari naar Beerta om het huis van haar voorouders te bezoeken. Ze zou het leuk vinden om familieleden te ontmoeten. Dit is de informatie die ze heeft gegegeven. Als iemand haar familie kent, of zelf familie van haar is, neem dan contact op met Marianne Kruijswijk: chcoldambt@gmail.com.


My Opa's name was actually Geert Viet.  He was born January 30, 1896 in Beerta.  He was the first of
their family to immigrate to the US sometime in 1914.  While still living in Beerta I think he was a carpenter as
he made boxes, trunks and coffins.

We do not have an address of that house, only the picture.  His father's name was Berend Viet, born
January 18, 1866, also in Beerta  I think he was a shoemaker or cobbler.  He immigrated to the US sometime after
1914,  probably in the 1920s.

His mother's name was Jaunjtie Aukes Viet. I do not have her birthdate. I think that she died in Beerta and did not
immigrate. They were married in 1892.  They had 4 children:
Bouwgien - March 14, 1893
Geert - Opa - January 30, 1896
Twins - Hilko and John - November 6, 1899