maandag 13 september 2010

Nederland zoals het vroeger was

Twee van mijn beste vrienden stammen van voor de Tweede Wereldoorlog. Zij vertellen mij soms hoe treurig zij soms worden als ze door Nederland rijden met de auto. Er is zoveel veranderd. Veel meer huizen, wegen, bruggen, bedrijventerreinen. Ik ontkom niet aan het vreselijke begrip verrommeling, hoewel verstopping misschien beter is in deze context. Het lijkt of Nederland dichtslibt met gebouwen en ander beton.

Ik moest aan mijn vrienden denken toen ik rond reed door het Oldambt voor de Open Monumentendag. Het graan is binnen gehaald en het land weer omgeploegd. Ook het koolzaad van Tjarks vader is weg. Het Oldambt is misschien een van de laatste open plekken met wijds uitzicht. Daar genoot ik vooral van toen ik een kopje thee dronk met Cees bij Museumgemaal De Hoogte in Nieuwolda.

Daar zat ik naast Cees op een bankje, mijn kopje thee in de hand, Cees' hondje aan mijn voeten. Voor ons een klein stukje terras, een schelpenpaadje, het wuivende riet en dan het vlakke land. In de verte het lint van Midwolda en hier en daar een boerderij met een wal van bomen. De zon scheen en de wind blies door het riet. Een tractor voor ons ploegde de het land om. Rechts van ons was het Termunterzijldiep, het water waar het gemaal op loost. Het is een van de mooiste plekjes in het Oldambt, daar in Nieuwolda.Ik denk dat dit is wat mijn vrienden vroeger veel zagen, wat zij missen als ze rondrijden.

Na mijn derde kopje thee moest ik echt verder. Ik moet mijn vrienden maar snel eens uitnodigen om te komen kijken. Het zal een geruststelling zijn dat het ergens in Nederland nog zo is als het vroeger was.

Dat is iets om zuinig op te zijn.

woensdag 8 september 2010

De dochter van de dominee

Tsjerkjes vader was ooit dominee in Winschoten in de Vredeskerk. Een van zijn voorgangers was dominee Henkels. Deze dominee was lid van de verzetsgroep De Blauwe Schuit. Hij was het die, samen met een vriend en een vriendin, teksten selecteerde om mensen in de oorlog hoop te geven. Hij vroeg Hendrik Werkman om het drukwerk voor hem te doen. Het werd een goede vriendschap tussen Henkels en Werkman tot de dood van de laatste in 1945.

Tsjerkje wilde heel graag iets doen met dit verhaal. Als een tijd geleden kwam ze bij me om een plan te maken. Engel en Jantje wilden wel meedoen. Na een ochtend praten kwamen we op een documentaire en een lesprogramma voor het Dollardcollege.

De documentaire is het eerst aan de beurt. Daarvoor willen we praten met de Julia, de dochter van dominee Henkels. Tsjerkje spoort haar op. Zij wil wel praten en nodigt ons uit om bij haar langs te komen. Dan kunnen we gelijk 'de kast'  zien. We zijn benieuwd. Bert en Peter gaan mee voor de techniek. Zij werken bij RTV Blauwe Stad, dat de documentaire zal uitzenden.

Na een gezellige rit door Duitsland komen we in Twente aan. Het huis is snel gevonden. We krijgen koffie en allerlei soorten chocola aangeboden. Daarna krijgen we de ene verrassing na de andere. De kast is prachtig. Dominee Henkels en zijn vrouw hadden Werkman gevraagd of hij een kast voor hen wilde beschilderen met bijbelse verhalen.

Er blijkt ook nog een stukje film te zijn van dominee Henkels. We mogen het gebruiken voor de documentaire. Dan zijn er boeken, fotoalbums en krantenknipsel die Julia voor ons heeft klaar gelegd. Voor we het weten is er een uur voorbij. We moeten nodig beginnen met het interview. We kiezen voor de mooie tuin van Julia en haar man Jaap om de opnames te maken. Dat betekent dan Peter en Bert een tijdje nodig hebben om alle technische instellingen goed te krijgen. Jaap en Julia wonen aan een redelijk drukke weg. Dat geluid willen we liever niet op de opnames hebben.

Julia is van na de oorlog. Zij heeft de Blauwe Schuit niet zelf meegemaakt. Toen zij geboren werd, zat haar vader in Sint Michielsgestel. Met Simon Vestdijk overigens. Pas een paar maanden na haar geboorte kon haar vader haar zien. Hendrik Werkman maakte het geboortekaartje. Henkels en zijn vrouw waren liefhebbers van de kunsten. Er kwamen, ook na de oorlog, veel kunstenaars  over de vloer. Als je dat nu hoort, lijkt het geweldig maar voor Julia was het niet altijg leuk. Al die vreemde mensen.

Julia geeft ons het antwoord op de dringende vraag. Hoe kan het dat een groep mensen teksten uitgeeft als verzetsdaad? Het is tamelijk elitair verzet. Julia vertelt dat haar vader meer deed dan dat. Hij hielp veel mensen onderduiken en als het moest sprak hij zich (met knikkende knieen) uit tegen de Duitsers. Daarover verschijnt later een artikel in het tijdschrift van de Stichting Oud Winschoten. De oorlog heeft diepe schade aangericht in het leven van Henkels en van zijn vrouw. Het verlies van Werkman, die in de laatste dagen van de oorlog nog werd doodgeschoten, heeft daar zeker een rol in gespeeld.

Als het interview voorbij is, krijgen we nog een paar andere dingen te zien. Henkels schreef gedichten, soms samen met Vestdijk. En er is een gastenboek. Gedichten van Nijhoff, Vestdijk een tekening van Werkman, een tekst van Clara Westhoff. Het maakt allemaal een diepe indruk op me.

Dit is de eerste stap. Op naar dominee Hamoen.

vrijdag 27 augustus 2010

Terug naar de Toekomst


Elke keer als ik naar Winschoten rijd vanuit Groningen kijk ik nieuwsgierig naar de vorderingen van de restauratie. En ik zal niet de enige zijn. Jarenlang moesten mensen toekijken dat de oude fabriek steeds verder verviel. Uiteindelijk was het gebouw er zó slecht aan toe dat er subsidie kon komen. Dat natuurlijk niet alleen. De fabriek werd gekocht door Simon Benus, die de opknapwerkzaamheden verder ter hand nam.

De Toekomst was één van de strokartonfabrieken van het Oldambt. In Nieuweschans en Winschoten stond ook zo'n fabriek. In Nieuweschans is de fabriek zelfs nog in bedrijf. De strokarton is een typisch product uit Groningen en Friesland. Van ongeveer 1870 tot 1970 werd dat geproduceerd. Je zou het kunnen zien als 'het opmaken van de restjes'. Als er veel stro over blijft van de graanoogst, moet je naar manieren vinden om daar nog geld mee te verdienen.

De komst van de fabrieken in het Oldambt heeft veel betekend. De arbeiders in de fabrieken verdienden meer dan de landarbeiders op de velden. Werken in de fabriek was populair. En dat terwijl het 'vies' werk was. Het moet vreselijk gestonken hebben. Maar goed, landarbeiders hadden in de winter vaak geen werk, fabrieksarbeiders wel. Dat zal er zeker aan bijgedragen hebben.

In de oude fabriek is nog veel te zien: de stoomketels, de strokogels, de plek waar een soort maalstenen lagen en een machinekamer die de aansturing was voor het hele complex. En dan is er de enorme hal waar het karton moest drogen. Al met al is het een indrukwekkend gebouw. Reden genoeg om daar de Open Monumentendag te openen. We hijsen de vlag aan de gerestaureerde schoorsteen en de stadsomroeper vertelt was er allemaal te gebeuren staat: "Boeren, burgers en buitenlui, hoort.... hoort... hoort. Alsof we inderdaad even in de Negentiende eeuw zijn beland.

maandag 9 augustus 2010

De sfeer van de Negentiende eeuw

Vrijdagmorgen zat ik te praten met Wil over de schrijversinstructies voor de Canon van het Oldambt. Welke inhoud willen we in ieder venster zien? Welke personen moeten daarbij genoemd worden? Een Canon van het Oldambt kan niet zonder de profeet Jarfke bijvoorbeeld, maar bij welk venster hoort hij dan? En waar komen communisten Fre Meis, Koert Stek en Hanneke Jagersma? Het is erg leuk om dit te bespreken en steeds dichterbij de Canon te komen.

Midden in dit gesprek komen Nans en Henk. Ze hebben de achterbak vol met spullen van hun museumzolder. Als alles is uitgepakt sluiten Wil en ik het gesprek af. Het is tijd voor de tentoonstelling. We krijgen hulp van Henriette, die voor de bibliotheek altijd alle sfeeropstellingen maakt. Zij had dinsdag, toen alle spullen van de zolder van het gemeentehuis werden bezorgd, het borstbeeld van Emma al even neergezet.


Nu moet het meubilair van de raadszaal een plek krijgen, 'de tafel moet gedekt' en de spullen moeten in de vitrines. We vullen er een met administratieve objecten (er moet absoluut aandacht zijn voor archieven in tentoonstellingen die ik maak!). De andere twee tonen de vrijetijdsbesteding: spelletjes, een toverlantaarn, boeken (ah, wat waren die toch mooi in die tijd) en de nuttige handwerken. Daarover ontfermt Nans zich. Zij heeft al vaker vitrines ingericht, dat is duidelijk te zien. Ik ben blij dat Nans en Henriette me helpen, want zelf had ik dit nooit zo gekregen. Henriette maakt het geheel af met een prachtig gedrapeerde doek. Ik moet toch eens afkijken hoe ze dat doet...


Goed, de eerste stappen naar de Open Monumentendag zijn gezet. Op naar de folder, de lezing, de opening en de publiciteit.

zaterdag 31 juli 2010

Opnieuw de zolder op.


Als aankondiging van de Monumentendag organiseer ik, samen met de bibliotheek Winschoten, een sfeertentoonstelling over de Negentiende eeuw. Daarvoor heb ik intussen twee dozen vol servies, boekjes, lappen donkere stof en gedroogde bloemen liggen. Nans zal deze week nog van alles brengen uit de indrukwekkende verzameling die op zolder ligt van het Vestingmuseum in Nieuweschans.

Ik ging afgelopen week de zolder op van het stadhuis in Winschoten. De bode van de gemeente is iemand die weet wat bewaren is. Hij is zorgvuldig met oude spullen van de gemeente. Ik had hem gevraagd of hij mij voor de tentoonstelling een portret kon leveren van een van de koningen, Emma of Wilhelmina. Ik moest maar eens komen kijken.

Dat werd een verrassing! Ik kreeg mijn portret van Wilhelmina en nog veel meer. De oorspronkelijke inrichting van de raadszaal staat nog op zolder. Niet alleen de tafels en de stoelen, maar ook de lampekappen en zelfs de vloerkleden, het hekwerk van de tribune en de oorspronkelijke verwarming. Wat een verrijking voor mijn tentoonstelling!

Het stadhuis van Winschoten is ontworpen door rijksbouwmeester C.H. Peters, de ontwerper van veel postkantoren (ook dat van Winschoten). Hij had ook de leiding bij de restauratie van de Marktpleinkerk in 1905. Peters was een leerling van de grote P.J.H. Cuypers, die hem heeft voorgedragen voor de post van rijksbouwmeester.

Peters ontwierp het stadhuis als een particuliere opdracht. Het is een neorenaissance pand geworden. Dat past dus prachtig in het thema van de Monumentendag. Binnen is de hal een spel van zuilen en bogen. De raadszaal heeft een beschilderd plafond en in de wandbekleding is een portret van Wilhelmina verwerkt. Peters leverde degelijk werk. Tot in de kleinste details is het stadhuis af: de balken op zolder (wie ziet die nou?) zijn zelfs voorzien van een kleine versiering. De meubels van het stadhuis waren bijpassend gemaakt: een product van de zogenaamde 'lelijke tijd'.

Wie zegt dat? Bezoekers moeten het zelf maar komen beoordelen.

donderdag 29 juli 2010

Ik was hier......

Voor de voorbereidingen van de Open Monumentendag bracht ik een bezoek aan de Marktpleinkerk. In de vakantiemaanden zijn de kerk en de toren op woensdag-, donderdag- en vrijdagmiddag open. Vrijwilligers vertellen aan bezoekers over de geschiedenis van de gebouwen. Diezelfde vrijwilligers gaan mij helpen met het Winschoter deel van de Open Monumentendag. Tijdens het eerste gesprek vroeg een van hen mij of ik als eens boven de gewelven was geweest. Nee, dat was ik niet.

Het was een hele klim. Omdat het die dag warm was had ik slippers aan en een rok. Dat blijkt niet zo'n handige outfit voor 'monumentklimmen'. En er was nog een obstakel: een dode duif. Toen Alje die had weggehaald, durfde ik wel naar boven.
Het is een indrukwekkend gezicht. Grote gemetselde bollen, met steunmuurtjes en veel balken en trapjes. Op die balken stonden namen, adressen en jaartallen. Mannen die wilden vastleggen dat zij boven de gewelven geweest waren. Het speet me dat ik mijn fotocamera niet bij me had. Dit soort dingen is toch wel heel erg leuk om vast te leggen.
Een week later ging ik opnieuw naar de kerk. Dit keer in broek en stevige schoenen, en met fotocamera. Samen met Koos liep ik dit keer helemaal boven de gewelven langs. We zochten overal naar namen en ik maakte de foto's. Op de terugweg troffen we nog aantekeningen met potlood, waaronder ' LEVE BATO'. De potloodteksten kon ik niet goed op de foto krijgen, maar ik ga zeker nog een derde keer terug om dit teksten vast te leggen. Het zou jammer zijn als dat verloren gaat.

Dit zijn de foto's die ik maakte.





























































































woensdag 14 juli 2010

Monumenten

Over twee maanden is het Open Monumentendag. De nieuwe gemeente Oldambt wil dat ik een overzicht maak van alle activiteiten. Bezoekers kunnen dan op 11 september in één oogopslag zien waar ze terecht kunnen. Het thema spreekt me wel aan: 'De smaak van de 19e eeuw'. Ik vind de 19e eeuw een spannende eeuw: de vorming van het koninkrijk, Thorbecke, industrialisatie, de komst van trein en tram, emancipatie van vrouwen en de opkomst van de arbeidersbeweging.

Het thema is geschikt voor het Oldambt. Aan het einde van de 19e eeuw bloeide de landbouw als nooit tevoren. De boeren werden rijk als nooit te voren. Velen wilden dat ook laten zien. Ze lieten de voorhuizen van hun boerderijen verbouwen. De een deed dat nog weelderiger dan de ander. De stijl die velen kozen wordt wel eclectisch genoemd. Voor mij is dat een vriendelijke term voor een architectonisch rommeltje.

Terug naar de Monumentendag. Winschoten heeft een stadhuis in neorenaissance-stijl, een neogotisch postkantoor en in de regio staan neoclassisistische boerderijen. Smaak is natuurlijk meer dan architectuur. Het gaat over eten, literatuur, muziek, beeldende kunst, kleding, noem maar op. Op diverse plaatsen in het Oldambt wordt daar aandacht aan gegeven. Aan mij de uitdaging om daar zo veel mogelijk van te laten zien.

We kunnen de opening van de Monumentendag waarschijnlijk houden in de oude strokartonfabriek 'de Toekomst'. De restauratie, die nu wordt uitgevoerd, zal dan al weer een stuk verder zijn. Het wordt mooi. Ik moet nog veel regelen en afspreken om er, met alle organisaties en vrijwilligers, een mooie dag van te maken. Het duurt nog twee maanden.... gelukkig.

De foto komt uit de collectie van W. Havik